Zamen.
Reading edition
Roggebrood en wittebrood Dat ’hoort op elkander! Eet ge ’t een vóór ’t ander, Och! gij brengt u zelv’ in nood! Roggebrood moet óók gegeten; Is er ’t wittebrood doorheen, Dan, gij dient het maar te weten, Eet ge ’t roggebrood alléén.
Rust en werk—en werk en rust ’Hooren bij elkander! Doet gij ’t een vóór ’t ander, Och! gij maakt u last van lust! Ieders taak moet afgeweven: Wie te gaauw te rusten tracht, Loopt gevaar zijn heele leven, Dat hem nooit weêr rust verwacht.