De langste dag.
Reading edition
Almanak, Leugenzak! Och, ’t is klaar, Je fopt ons maar; Slechts één langste dag in ’t jaar? Als men mij om raad woû vragen, Maakte ik honderd langste dagen.—
Wie het eerst ten bedde uit was, Maakt den langsten dag; Wie het knapst en vlijtig was, Maakt den langsten dag; Wie de liefste en braafste was, Maakt den langsten dag.
Dat kan je immers alle dagen, Driemaal honderd zestig keer, Ja, al was het vijfmaal meer, Zonder d’Almanak te vragen:
Deedt gij ’t flink en met verstand, Ware ’t ook maar honderd malen, Laat ons dan in koor herhalen, Vrolijk dansend hand aan hand:
Almanak, Leugenzak! Och, ’t is klaar, Je fopt ons maar; Slechts één langste dag in ’t jaar? Als men ons om raad wil vragen. Zijn er honderd langste dagen!