Honigbijen.
Reading edition
Wel zoete honig zuigt de bij Uit bloem en geurig kruid; Gij, lieve kinders! doet als zij: Gaat in uw lente niets voorbij, Of trekt er leering uit.
En in haar huis van klevend was Daar heeft ze zaâmgegaard Al wat ze vond in veld of kas;— De bloemkens, kindren! dorren ras! Wie wijs is, die bewaart!
Doet ook zoo in uw blijde jeugd, Waar alles bloesem draagt; Wat is het, later dan, een vreugd, Als u op ouden dag nog heugt, Wat ge in uw jonkheid zaagt!