Lijsterbessen.
Reading edition
Lijstertje, zoo zwart van veêren, Met uw’ snavel geel als goud! ’k Hoor u daaglijks kwinkeleren In de toppen van het hout; Hoog en droog zingt gij uw lied,— Kom ’reis hier... of durf-je niet?
Zie-je niet die roode bessen, Daar ge toch zooveel van houdt? Kijk, ze slingren zich als tressen Om de heesters van het woud; Kijk maar, proef maar, kom eens hier, Kom, mijn allerliefste dier!
—Ei! ge dacht me fijn te foppen, Knaapje!... maar ik hoû me doof! ’k Zag maar al te goed de stroppen Daar verborgen tusschen ’t loof: Dwaas is, wie voor lekkernij Zich laat vangen:—ik blijf vrij!—