Een middagslaapje.
Reading edition
Wie rusten wil in ’t groene woud, Wie rusten wil met lusten, Hij kieze een plekje, digt in ’t hout En vlijê zich tot rusten; Een peluwtje van mollig mos, Een kussentje van varen En een gordijn van blâren..... Geeft zoeten middagslaap in ’t bosch.
De hemel van het ledekant Blinkt prachtig-blaauw door ’t loover, De heesters slingren om den rand, De bloesem hangt er over; Het koeltje fluistert met de vliet, De dartle vlinders spelen, De nachtegalen kwelen.... Is ’t niet een lieflijk wiegelied?
En ’t best is: dat het groene woud Met koelte en rust u lavend, Van u geen zilver vraagt of goud, Al slaapt gij tot den avend; ’t Vraagt enkel: zijt gij mat, of moê?... De slaapsteê is voor allen! En is ze u goed bevallen, Dan krijgt gij ’t avondgoud nog toe!