Naar school.
Reading edition
“Naar school, naar school! de klok sloeg acht!” Ei kijk! op alle wegen, Van stoep en trap, langs straat en gracht, Komt ons een troepje tegen; Wel koud, maar rein van wang en hand; Wel arm, maar helder als een brand; En aan hunne oogjes zie-je ’t aan, Dat zij wàt graag naar school toe gaan.
Eerst stoeit en lacht de blijde schaar En springt op stoep en steenen; Dan ziet ge zachtjes paar aan paar Zich tot een rij vereenen; En is er hier of daar een guit, Ze voeren toch geene ondeugd uit:— Daar mag een ziertje pret op staan Voor wie zoo graag naar school toe gaan.
Maar dan naar school,—en opgepast! De les moet flink gelezen, Het schrift moet netjes in de kast, De som in orde wezen; En denkt bij alles op het lest, Het is toch tot mijn eigen best:— Want zijt ge zóó ter school gegaan, Dan komt ge er wijs en braaf van daan.