Handjes wasschen.
Reading edition
Wie zijn handjes schoon wil wasschen, Moet ze wasschen met elkaâr; ’t Baat je niet, probeer het maar, Om met een voor een te plassen: Als ge niet ze zamen wrijft, Wed ik, dat er vuil aan blijft.
Wascht ge dan zoo de een door de ander’, Leer er uit: dat, vroeg of laat, ’t In de wereld ook zoo gaat: Helpen moeten wij elkander!— Wie maar werken wil voor loon, Krijgt zijn handen nimmer schoon.