De kleine bedelaarster.
Reading edition
Daar liep een meisje langs den weg; Haar oogjes waren rood: “Ik weet in ’t land geen heg of steg, Mijn vader en moeder zijn dood, Mijn oudste broêr die is soldaat; Och had ik maar werk, dan wist ik raad!”
Dat zag een brave boerenvrouw En zei: “Mijn lieve kind! Wat loop je barvoets in de koû En huilt er uw kijkertjes blind! Wie werken wil, vindt altijd raad! Voor jou heb ik nog wel overdaad.”—
Ze werkte laat, ze werkte vroeg En diende braaf en trouw; Een boertje flink en rijk genoeg Die haalde haar thuis als zijn vrouw; Maar had ze toen ook overdaad, Toch bleef ze nog vlijtig vroeg en laat.