Een klein jokkentje.
Reading edition
Een klein, klein jokkentje, Zou dat wel zonde wezen? Me dunkt, het heeft geen’ nood.... Maar—kleine kindren worden groot, Dat heb ik laatst gelezen; En zijn ze jonk een beetje kwaad, Me dunkt, dat men van zelv’ al raadt, Wat ze ouder zullen wezen.
Een klein, klein jokkentje, Al was het nog zoo’n diefje, Groeit tot een boozen gast, En grijpt-je en knijpt-je en houdt-je vast, Dat geef ik je op een briefje;— En menig brave man of vrouw Heeft van zoo’n jokkentje berouw Hun heele leven,—liefje!