← Table of contents
Al de Kinderliederen

Van zeven kikkertjes.

Reading edition

Daar zaten zeven kikkertjes Al in een boerensloot, De sloot was toegevroren, Ze lagen hallef dood, Ze kwekten niet, ze kwaakten niet Van honger en verdriet.

De jongste, die een wijsneus was, Zei tot zijn kameraads: “Die malle nachtegalen, Wat hadden die een praats! Was eerst het ijs maar in den dooi, Wij zongen eens zoo mooi!”

De milde, lieve Lente kwam;.... Zij kwaakten de oude wijs: Als zij dat zingen noemen, Wensch ik ze weêr in ’t ijs; Ik geef die kikkers allemaal Voor éénen nachtegaal.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings