Luilekkerland.
Reading edition
’k Heb van Luilekkerland gistren gelezen, Jongens! daar moet het wel wonderlijk wezen, Dáár heb-je grachten van melk en van wijn, Dáár heb-je straten, die theerandjes zijn!
Om er te komen, dat dient ge te weten, Moet men door bergen van rijstepap eten: Ben-je er, dan leg-je maar lui op den grond, Eten en drinken, dat loopt je in den mond!
Jongens!—hoe aardig het is om te lezen, ’k Denk, dat die luiheid vervelend moet wezen; Neen! als men arbeidt met ijver en lust, Dan smaakt het eten, dan smaakt de rust!