Avondbede.
Reading edition
Kinders! zult ge slapen gaan, Bidt met zulk een vroom gemoed, Of ge ’t voor het leste doet En misschien niet op zult staan.
Dankt voor ’t goeds, wat God u gaf, Hem, die ’t u geschonken heeft; Smeekt voor ’t kwaad, wat gij bedreeft, Onzen Heer vergeving af.
De oogjes, door den slaap bezwaard, Mogen dan ter ruste gaan; Vrolijk zult ge ze openslaan In den Hemel of op aard’.