Jonge vogeltjes.
Reading edition
Ze vlogen hoog, ze vlogen laag, Ze sprongen en ze zongen, Ze pikten wurmpjes gaauw en graag, En bragten ze aan hun’ jongen; En ’t kleine volk in ’t nestje riep: “Piep, piep.... ’k bedankje wel.—Piep, piep!”
En ’k dacht, toen ’k dat zoo aardig vond: “Ben ’k ook zoo’n dankbre jongen?”— En ’k ben mijn Moedertje terstond Eens om den hals gesprongen; En Moeder pakte mij, toen ’k riep: “Piep, piep.... ’k bedankje wel.—Piep, piep!”