Getuigenissen uit de Heilige Schrift.
J. B. Kan translation




Notes in this chapter
Note 1 · Zie hoofdst. XXX.Note 2 · De Sorbonne (zie hoofdst. XLIII) was langen tijd een bolwerk der Scholastiek, die voor Erasmus als het ware in Duns Scotus is belichaamd (ziNote 3 · Zie hoofdst. XV. Er bestaat in de Latijnsche litteratuur een verzameling korte gedichtjes, waarin Priapus sprekend wordt ingevoerd. In een dNote 4 · Zie hoofdst. XXXIV.Note 5 · Vers 15 in de Vulgaat. In de Nederlandsche bijbelvertaling wordt de regel niet gevonden.Note 6 · Vers 14.Note 7 · X, vers 7 en 12.Note 8 · IX, vers 23.Note 9 · I, vers 3 en XII, vers 8.Note 10 · Zie einde van het vorige hoofdst.Note 11 · Jezus Sirach XXVII, vers 12.Note 12 · Matth. XIX, vers 17.Note 13 · Spreuken, vers 21.Note 14 · Prediker I, vers 18.Note 15 · Vers 4.Note 16 · Vers 17.Note 17 · Matth. XIX, vers 30: Maar vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.Note 18 · Jezus Sirach.Note 19 · Moet zijn: 41ste hoofdstuk (vers 15).Note 20 · Socrates placht zijn vragen zoo in te richten, dat zijn tegenstander eerst moest erkennen, dat hij in allerlei bijzondere gevallen gelijk haNote 21 · Hoe dit spreekwoord verder dient te worden aangevuld, is moeilijk te zeggen. Het schijnt te beteekenen, dat men waardelooze voorwerpen als hNote 22 · Voor de scholastieke geleerden was Aristoteles de wijsgeer bij uitnemendheid.Note 23 · Jezus Sirach.Note 24 · Vers 3; in de Nederl. bijbelvertaling luidt het eenigszins anders.Note 25 · Vers 2.Note 26 · II, hoofdst. 11, vers 23.Note 27 · Ook hier verschilt de Ned. bijbelvertaling.Note 28 · Het Latijnsche woord ”Graeculus” is hier door E. gebruikt, omdat het lijkt op ”graculus” = kraai, zie onder.Note 29 · De kwestie is dus deze, of: meer ben ik, hoort bij: Als een dwaas spreek ik, dan wel bij: Zij zijn dienaars van Christus.Note 30 · Grieksch, Latijn en Hebreeuwsch. Zij, die die drie talen verstaan, zijn de humanisten, Erasmus en zijn geestverwanten.Note 31 · Zie noot 371.Note 32 · Over het hier bedoelde spreekwoord zie hoofdst. XXV. De beroemde theoloog is Nicolaus de Lyra (Lyra, een stad in Normandië), professor in deNote 33 · Volgens Listrius parodieert E. hier de Godgeleerden, die plachten te spreken van: woorden in den vorm. Schertsend voegt hij er dan het volgeNote 34 · Vergel. Brief a/d. Cor. II hoofdst. 11, vers 5: Want ik acht, dat ik nergens minder in ben geweest dan de uitnemendste apostelen, en vers 13Note 35 · Maar misschien hechten de Christenen aan het aangevoerde weinig waarde. Laten wij daarom ook, zoo gij het goedvindt, den lof, dien wij ons zNote 36 · De Prediker schreef in zijn eerste hoofdstuk: Der zotten aantal is eindeloos5. Als hij hun aantal eindeloos noemt, schijnt hij dan niet hierNote 37 · Hiermede komt overeen het gezegde van Christus zelf in het Evangelie, dat men niemand goed moet noemen, dan God alleen12. Verder, als op gez