Getuigenissen der ouden.
J. B. Kan translation

Vooreerst dan bestaat de algemeene overtuiging, die door het zeer bekende spreekwoord wordt uitgedrukt, dat, waar de werkelijkheid ontbreekt, daar de schijn het beste is, en daarom leert men te recht reeds den knapen dezen versregel:
Notes in this chapter
Note 1 · Regel uit de zoogenaamde Disticha Catonis, zedespreuken in versmaat, die gedurende de Middeleeuwen zeer verbreid waren.Note 2 · Zóó betitelt Horatius schertsend zichzelf in een van zijn gedichten. De volgelingen van Epicurus (342–271 v. Chr.), die leerde, dat genot heNote 3 · Inderdaad wordt Telemachus (de zoon van Odysseus) slechts een paar keer zoo genoemd, en dan nog alleen als zeer jong kind.Note 4 · Aanhaling uit Horatius.Note 5 · De hoogste wijsheid is, op tijd zich zot te veinzen1.Note 6 · Maakt hier nu zelf maar uit op, welk een onmetelijk goed de Zotheid is, wier bedriegelijke schaduw zelfs en wier nabootsing alleen zich zoovNote 7 · Reeds bij Homerus wordt Telemachus3, dien de dichter in allen opzichte prijst, zoo nu en dan onnoozel genoemd en dienzelfden voornaam, alsof