← Table of contents
De Lof der Zotheid

Door haar toedoen behagen de vrouwen aan de mannen.

J. B. Kan translation

In de eerste plaats is daarvan de reden haar bevallig uiterlijk, dat zij terecht boven alles ter wereld stellen en dat haar helpt om tyrannen zelfs te tyranniseeren. Waaraan heeft anders die houterige gestalte, die behaarde huid en die stoppelige baard, waardoor de man tamelijk veel op een ouden paai gelijkt, zijn oorsprong te danken, dan aan die rampzalige wijsheid, terwijl de altijd gladde wangen der vrouwen haar altijd zwakke stem, haar zacht velletje als ’t ware het beeld eener eeuwige jeugd zijn. Wat wenschen zij verder anders in dit leven, dan den mannen zooveel mogelijk te behagen? Bedoelen zij dit niet met al dat opsmukken, al dat blanketten, al dat baden, al dat opmaken van het haar, al die zalfjes, al die odeurs, al die kunstgrepen om haar aangezicht te plooien, haar oogen te verven en haar lijf een schoonen vorm te geven? Hebben zij dan inderdaad iets anders, dat haar meer de harten der mannen wint, dan haar dwaasheid? Geven zij den vrouwen niet in alles haar zin? En dat zonder eenige andere vergoeding dan zingenot, terwijl het eenige aantrekkelijke in haar de zotheid is. Dat zal wel niemand ontkennen, die bedenkt, welke dwaasheden een man bij een vrouw uitkraamt en welke malligheden hij doet, zoo vaak hij de genoegens der liefde wil smaken. Zoo weet gij dan nu, uit welke bron het eerste en voornaamste levensgenot voortkomt.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings