← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 3 — Door haar toedoen behagen de vrouwen aan de mannen.

J. B. Kan translation

Men moge herhaaldelijk verkondigen, dat het zotheid is; toch is het die zotheid alleen, welke de vriendschapsbanden zoowel knoopt als in stand houdt. Ik spreek nu over de gewone menschen, van wie er niemand zonder gebreken geboren wordt, en hij de beste is, die de minste heeft: terwijl toch tusschen die zich goden dunkende wijzen of in ’t geheel geen vriendschapsband kan ontstaan, of slechts een vervelend en onaangenaam soort van vriendschap is, en dat alleen nog maar met zeer weinigen—met niemand durf ik niet zeggen—om deze reden, dat de meeste menschen onwijs zijn, of liever er niemand leeft, die het niet in veel opzichten geheel mis heeft, en een nauwe betrekking slechts tusschen gelijken kan bestaan. Mocht er soms tusschen die menschen van strenge beginselen een wederzijdsche genegenheid opkomen, dan houdt deze in geen geval stand, daar zij zeker niet van zeer langen duur kan zijn bij zulke gemelijke schepsels, die veel te goede oogen hebben, want zij zien bij de gebreken hunner vrienden zoo scherp als een adelaar of een Epidaurische slang3. Wat zijn zij daarentegen kortzichtig bij hun eigen gebreken en hoe ontbreekt het hun aan alle gezicht op den knapzak, die op hun rug hangt!4 Het ligt nu eenmaal in den aard der menschen, dat er geen karakter bestaat, dat niet onderhevig is aan groote gebreken; voeg hierbij die groote verscheidenheid van jaren en neigingen, de vele vergissingen, dwalingen en ongevallen van het menschelijk leven, hoe kan dan het aangename van die vriendschap ook maar een uur lang bestaan tusschen die menschen met oogen als Argus5, wanneer daar niet bijkomt zij, die de Grieken eenigszins vreemd Euetheia noemen, een woord, dat ge naar verkiezing door zotheid of goedmoedigheid moogt vertalen?

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings