Voorrede.
J. B. Kan translation
Om mij nu verder te verdedigen tegen het onbekookte verwijt van hatelijkheid, merk ik op, dat men altijd aan het vernuft de grootste vrijheid gelaten heeft om straffeloos op een geestige wijze den spot te drijven met het dagelijksch leven der menschen, mits de groote vrijheid niet in razende bandeloosheid ontaardde.
Als er voorts nog iemand is, die zich zelfs door het aangevoerde niet tevreden laat stellen, dan moge hij tenminste dit steeds voor oogen houden, dat het schoon is door de Zotheid gehekeld te worden en dat wij, toen wij haar sprekende invoerden, ons geheel moesten schikken naar hetgeen in overeenstemming was met haar persoonlijkheid. Maar waarom meld ik dit U, die zulk een uitstekend pleitbezorger zijt, dat gij de zaken, ook al zijn zij niet van de beste, toch het best weet te verdedigen? Vaarwel, welsprekende Morus, en bescherm ijverig uw Moria.
Van het land, 9 Juni 1508.
DE LOF DER ZOTHEID.
Voordracht van Erasmus van Rotterdam.
De Zotheid spreekt.