← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 20 — Voorrede.

J. B. Kan translation

Des te meer bevreemdt mij de prikkelbaarheid onzer tijdgenooten, die bijna alleen nog maar de in zwang zijnde titels verkiezen te hooren20. Voorts kan men lieden vinden, zoo averechts godsdienstig, dat zij zelfs de bitterste smaadwoorden tegen Christus eerder dulden kunnen dan de geringste scherts tegen een paus of een vorst, vooral als hun kostwinning er mee gemoeid is. Ten onrechte; want hij, die de leefwijzen der menschen zoo berispt, dat hij niemand met name doorhaalt, eilieve, wat dunkt U, is het hem te doen om hatelijk te wezen dan wel veeleer om te leeren of te vermanen? Overigens in hoeveel opzichten berisp ik niet mij zelf? Hierbij komt nog, dat hij, die geen slag van menschen overslaat, mijns inziens op geen enkelen mensch, maar op alle ondeugden vertoornd is. Als er dus iemand opstaat, die luide verkondigt, dat hij zich gekwetst gevoelt, dan geeft hij daardoor het bewijs van een slecht geweten of in allen gevalle van vrees. Nog veel vrijer en hatelijker is in dit soort van scherts de Heilige Hieronymus te werk gegaan, daar hij ettelijke malen zelfs de namen niet verzwijgt. Wij echter, behalve dat wij in het geheel geen namen noemen, hebben daarenboven in zulk een gematigden toon geschreven, dat de verstandige lezer licht zal inzien, dat het ons meer te doen was om te vermaken dan om te kwetsen. Want wij hebben nergens, op het voetspoor van Juvenalis21, in dien geheimen poel van ongerechtigheden geroerd en meer het belachelijke dan het vuile trachten op te sommen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings