← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 1 — Door haar toedoen behagen de vrouwen aan de mannen.

J. B. Kan translation

Maar er zullen misschien zijn, die ook dit soort van genot gering schatten en hun geluk vinden in een hartelijk verkeer met hun vrienden, zeggende, dat de vriendschap boven alles ter wereld behoort gesteld te worden, omdat zij even onontbeerlijk is als de lucht, het vuur en het water. Zij noemen haar tevens zoo aangenaam, dat, wie haar wegneemt, de zon wegneemt, eindelijk zulk een hoog zedelijk goed, zoo dit ten minste iets ter zake afdoet, dat zelfs de wijsgeeren niet aarzelen haar onder de voortreffelijke goederen te vermelden. Maar als ik nu eens weet te betoogen, dat alles, zooals het reilt en zeilt, van mij afkomstig is? Dit bewijs zal ik evenwel niet leveren door Crocodilieten of Sorieten en Cornuten1 of andere dergelijke spitsvondigheden der redekunst, maar ik zal ’t U plompweg als met den vinger aanwijzen. Zeg mij eens: oogluiking, dwaling, blindheid, hallucinatie, waar het de gebreken onzer vrienden geldt, ja zelfs het beminnen en bewonderen van eenige in het oog loopende gebreken, alsof het deugden waren, grenst dit volgens U niet aan zotheid? Als de een de moedervlek van zijn liefje teeder kust, een tweede zich door het gezwel zijner Agna2 bekoord gevoelt, als een vader van zijn schelen zoon zegt, dat hij lonkt, wat is dit anders, zeg ik, dan klinkklare zotheid?

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings