← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 5 — Getuigenissen uit de Heilige Schrift.

J. B. Kan translation

De Prediker schreef in zijn eerste hoofdstuk: Der zotten aantal is eindeloos5. Als hij hun aantal eindeloos noemt, schijnt hij dan niet hieronder alle menschen zonder onderscheid te verstaan, behalve eenige zeer weinige, die misschien niemand ooit heeft kunnen ontdekken? Maar ruiterlijker erkent dit Jeremia in het tiende hoofdstuk6, waar hij zegt: Een ieder mensch is onvernuftig geworden, zoodat hij geene wetenschap heeft. Aan God alleen schrijft hij wijsheid toe7, terwijl hij den menschen gezamenlijk de dwaasheid overlaat. En hij zegt wederom een weinig vroeger: Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid8. Waarom wilt gij niet dat de mensch zich in zijn wijsheid beroemt, mijn beste Jeremia? Zeker hierom, omdat hij geen wijsheid bezit. Maar ik keer tot den Prediker terug. Als hij uitroept: IJdelheid der ijdelheden, het is alles ijdelheid9, meent gij dan, dat hij iets anders bedoeld heeft dan dit, wat wij beweerden, dat namelijk het menschelijke leven niets anders is dan een spel der dwaasheid? Zonder twijfel vereenigt hij zich volkomen met den lof, door Cicero gegeven, wiens bekende uitspraak, door ons boven aangehaald, met volle recht geroemd wordt: Alles is vol zotten10. En wederom die wijze Prediker, die gezegd heeft: De dwaas verandert als de maan, de wijze blijft dezelfde als de zon11, wat bedoelt hij anders dan dit, dat alle menschenkinderen dwaas zijn, maar dat aan God alleen de naam van wijs toekomt? Men verstaat immers onder de maan de menschelijke natuur en onder de zon, de bron van alle licht, God.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings