← Table of contents
Vijf weken in een luchtballon

XXIX.

Reading edition

Verschijnselen van plantengroei.—Phantastisch denkbeeld van een franschen schrijver.—Prachtigland.—Het koninkrijk Adamova.—De onderzoekingen van Burton en Speke vereenigd met die van Barth.—De bergen Atlantika.—De rivier Benoké.—De stad Yola.—De Bagélé.—De berg Mendif.

De ballon boven een vlakte met olifanten.
De ballon boven een vlakte met olifanten.

Er was waarlijk genoeg om de verbeelding van een jager op te wekken; het hart van Dick sprong in zijn binnenste op en zijne vingers hielden de kolf van zijn geweer krampachtig vast. De dieren van deze streek waren de planten waardig, de wilde os wentelde zich in zwaar gras, waaronder hij geheel verdween; grijze, zwarte of gele olifanten van de grootste soort trokken in massa door de bosschen, brekende, knagende, plunderende en hun doortocht door vernieling kenteekenende; van de met boomen begroeide helling der heuvels kwamen watervallen en riviertjes te voorschijn, die naar het noorden stroomden; ginds baadden zich rivierpaarden met groot geraas en lamentynen, twaalf voet lang, met een vischvormig lichaam, strekten zich op de oevers uit, hunne ronde, met melk gevulde uiers naar boven houdende. Het was eene geheel zeldzame menagerie in eene wonderbare kooi, waar talrijke vogels met duizenden kleuren de heesterachtige planten schakeerden. Aan deze kwistigheid der natuur herkende de doctor het koninkrijk Adamova. “Wij eigenen ons de hedendaagsche ontdekkingen toe,” zeide hij, “ik heb het afgebroken spoor der reizigers wedergevonden; dit is zeer gelukkig, mijne vrienden, wij zullen nu de onderzoekingen van Burton en Speke met die van doctor Barth kunnen verbinden, wij hebben Engelschen verlaten om een Hamburger te vinden, en weldra zullen wij aan het uiterste punt komen, dat die moedige reiziger heeft bereikt.”—“Het komt mij voor,” zeide Kennedy, “dat tusschen de onderzoekingen van deze beiden eene groote uitgestrektheid lands ligt, te oordeelen naar den weg, dien wij hebben afgelegd.”—“Dat is gemakkelijk te berekenen; neem de kaart en zie welke breedte de zuidelijke punt van het meer Ukéréoué heeft, dat Speke heeft bereikt.”—“Het ligt bijna op 37° lengte.”—“En de stad Yola, die wij dezen avond zullen opnemen en waar Barth geweest is, hoe is die gelegen?”—“Ongeveer op 12° lengte.”—“Dat is dus 25 graden, en tegen 60 mijlen per graad maakt dit 1500 mijlen.”—“Eene aardige wandeling,” zeide Joe, “voor hen die te voet gaan.”—“Dat zal echter gebeuren. Livingstone en Moffat dringen altijd verder naar het binnenland door; de Nyassa, dien zij ontdekt hebben, is niet ver van het meer dat door Burton is gevonden; vóór het einde van deze eeuw zullen deze onmetelijke streken doorzocht zijn.”—“Maar,” voegde de doctor er bij, zijn kompas raadplegende, “het spijt mij, dat de wind ons zoover naar het westen voert, ik had liever noordwaarts willen gaan.”

Talrijke slaven hielden zich met veldarbeid bezig, den sorgho kweekende, eene soort van gierst, die het voornaamste deel van hunne voeding uitmaakt. De domste verbazing teekende zich op hun gelaat bij het verschijnen van den ballon, die als een luchtverheveling voorbij ging. Des avonds hield hij stil op 40 mijlen afstand van Yola en vóór hem, maar in de verte, verhieven zich de puntige toppen van den berg Mendif. De doctor liet de ankers uitwerpen in den top van een hoogen boom; maar een hevige wind slingerde den ballon zoodanig, dat hij hem bijna in eene horizontale stelling bracht en soms den toestand van het schuitje uiterst gevaarlijk maakte. Ferguson sloot dien nacht geen oog, dikwijls was hij op het punt het ankertouw door te hakken en den storm te ontvluchten. Eindelijk bedaarde deze en de schommelingen van den luchtballon hadden niets verontrustends meer.

De kraters van het Mendifgebergte. Blz. 166.
De kraters van het Mendifgebergte. Blz. 166.

De kraters van het Mendifgebergte. Blz. 166.

Des anderen daags was de wind minder hevig, maar verwijderde de reizigers van de stad Yola, die, pas weder opgebouwd door de Foullanaas, de nieuwsgierigheid van Ferguson opwekte; men moest zich echter getroosten noordwaarts en zelfs een weinig oostwaarts te gaan. Kennedy stelde voor in dit land halt te houden om te jagen; Joe beweerde, dat de behoefte aan versch vleesch zich deed gevoelen; maar de woeste zeden van dit land, de houding der bevolking, eenige geweerschoten op de Victoria gelost, deden den doctor besluiten zijne reis te vervolgen. Men trok toen eene streek door, die het tooneel was van moord en brand, waar onophoudelijk wordt oorlog gevoerd en waar de sultans hun rijk op het spel zetten te midden van een woest bloedbad. Talrijke en volkrijke dorpen met langwerpige hutten strekten zich uit tusschen de groote weiden, wier dik gras met paarsche bloemen was bezaaid; de hutten op groote bijenkorven gelijkende, werden beschut door puntige palissaden. De hellingen der heuvels herinnerden aan de “glen” in de Schotsche hooglanden en Kennedy maakte dikwijls die opmerking. In weerwil zijner pogingen ging de doctor recht noord-oostwaarts naar het Mendif-gebergte, dat in de wolken verdween; de hooge toppen dezer bergen scheiden het dal van den Niger van het dal van het meer Tchad. Weldra zag men den Bagélé met zijne 28 dorpen, die als het ware aan zijne zijde hingen, als een troep kinderen aan den boezem hunner moeder; het was een prachtig schouwspel voor de blikken van hen, die dit in hun geheel konden overzien; de kloven waren bedekt met velden rijst en arachiden. Ten drie uur bevond de Victoria zich tegenover het gebergte Mendif. Men had het niet kunnen mijden en moest het overtrekken; de doctor gaf door middel van eene temperatuur van 180 graden aan den ballon eene nieuwe stijgkracht van bijna 1600 pond; hij steeg hooger dan 8000 voet. Dit was de grootste hoogte die zij op hunne reis hadden bereikt en de temperatuur werd zoo laag dat de reizigers hunne dekens moesten gebruiken. Ferguson haastte zich te dalen; het omkleedsel van den ballon spande zich uit tot barstens toe; echter had hij den tijd om den vulkanischen oorsprong der bergen waar te nemen, wier uitgedoofde kraters nu slechts diepe afgronden zijn. Eene groote menigte vogelendrek gaf aan de zijden van het Mendif gebergte het aanzien van kalkrotsen, en er was genoeg voorraad om de landen van geheel het Vereenigde Koninkrijk te bemesten. Ten vijf uur ging de ballon, beschut tegen de zuidewinden, zachtjes langs de helling der bergen en hield stil op eene groote opene plek, ver van elke woning; zoodra hij op den grond was gekomen, werden er voorzorgen genomen om hem er stevig vast te houden en Kennedy met zijn geweer in de hand, begaf zich naar de hellende vlakte. Weldra kwam hij terug met een half dozijn wilde eenden en eene soort van kleine snippen, die Joe zoo goed hij kon gereed maakte. Het maal was aangenaam en de nacht ging in diepe rust voorbij.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings