← Table of contents
Vijf weken in een luchtballon

Note 1 — XXIX.

Reading edition

Sedert het oogenblik van hun vertrek, vorderden de reizigers zeer snel; zij haastten zich de woestijn te verlaten, die hun bijna zoo noodlottig was geweest. Tegen kwartier over negenen des morgens zag men eenige verschijnselen van plantengroei, eenige kruiden drijvende op deze zandzee, hetgeen hun, even als aan Columbus, aantoonde dat het land nabij was; groene spruiten kwamen schuchter te voorschijn van tusschen steenen, die zelf rotsen van dien Oceaan zouden worden. Nog zeer lage heuvels golfden aan den horizon; zij teekenden zich nog niet duidelijk af, maar de eentonigheid verdween daardoor. De doctor begroette met vreugde deze nieuwe streek en, even als een zeeman die in den mast wacht houdt, was hij op het punt uit te roepen: “Land! land!” een uur later strekte zich het vasteland voor hunne oogen uit; het had wel is waar nog een woest uitzicht, maar was toch minder effen, minder naakt; eenige boomen teekenden zich af tegen den grijzen hemel. “Wij zijn dus in een beschaafd land!” zeide de jager.—“Beschaafd, mijnheer Dick; dat is bij manier van spreken, men ziet nog geene inwoners.”—“Dat zal niet lang duren,” antwoordde Ferguson, “wanneer wij zoo spoedig gaan.”—“Zullen wij altijd in het land der negers zijn?”—“Altijd, Joe, in afwachting van het land der Arabieren.”—“Der Arabieren, mijnheer, wezenlijke Arabieren! met hunne kameelen?”—“Neen, geene kameelen, die zijn zeldzaam, om niet te zeggen onbekend in deze streken; men moet wat noordelijker opgaan, om hen te ontmoeten.”—“Dat is jammer.”—“Waarom, Joe?”—“Omdat, als wij tegenwind kregen, zij ons zouden kunnen dienen.”—“Hoe dan?”—“Mijnheer, het is een denkbeeld, dat mij voor den geest komt: men zou hen aan het schuitje kunnen spannen en ons door hen op sleeptouw doen nemen; wat zegt gij daarvan?”—“Mijn beste Joe, dit denkbeeld heeft een ander vóór u gehad; het is ten uitvoer gebracht door een zeer vernuftig fransch schrijver1..... wel is waar in een roman. Reizigers laten een luchtballon door kameelen trekken; daar komt een leeuw, die de kameelen verslindt, het sleeptouw inslikt en hen in hunne plaats trekt en zoo vervolgens. Gij ziet, dat dit alles slechts fantasie is en niets gemeens heeft met onze soort van beweging.”—Joe, een weinig beschaamd, dat zijn denkbeeld reeds bij een ander was opgekomen, zocht welk dier den leeuw zou hebben kunnen verslinden, maar vond het niet en begon weder het land te onderzoeken.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings