XII.
Reading edition
Overtocht der zee-engte.—De Mrima.—Gesprekken van Dick en voorstel van Joe.—Recept voor koffie.—De Uzaramo.—De ongelukkige Maizan.—De berg Duthumi.—De kaarten van den doctor.—Nacht op een Konzenilje-Kaktus.
Op deze hoogte richtte een snellere luchtstroom den ballon naar het zuidwesten. Welk prachtig schouwspel vertoonde zich aan de oogen der reizigers! Het eiland Zanzibar was geheel zichtbaar en teekende zich met donkerder kleuren, even als op eene groote vlakke kaart; de velden namen een schijn aan van stalen van verschillende kleuren; eene groote menigte boomen wees de bosschen en het kreupelhout aan.
De inwoners van het eiland geleken veel op insecten. De hoezee’s en de kreten verloren zich langzamerhand in den dampkring en de kanonschoten van het schip trilden alleen in de binnenholte van den luchtballon.
“Hoe schoon is dit alles!” riep Joe uit, het stilzwijgen voor het eerst afbrekende.
Hij kreeg geen antwoord. De doctor hield zich bezig met de veranderingen van den barometer waar te nemen, en de verschillende bijzonderheden zijner opstijging op te teekenen. Kennedy zag rond en had geen oogen genoeg om alles te zien. De zonnestralen kwamen de gaspijp te hulp, de spanning van het gas vermeerderde. De Victoria bereikte eene hoogte van 2500 voet. De Resolute geleek eene kleine boot en de Afrikaansche kust teekende zich in het oosten af door een grooten rand schuim.—“Gij spreekt niet,” zeide Joe.—“Wij beschouwen,” antwoordde de doctor, zijn verrekijker op het vasteland richtende.—“Ik moet spreken.”—“Zoo als gij wilt! Joe, spreek zooveel het u behaagt.”
Joe liet alleen eene groote menigte klanknabootsingen hooren. Gedurende den overtocht der zee oordeelde de doctor het goed zich op die hoogte te houden; hij kon de kust over eene grootere uitgestrektheid waarnemen; de thermometer en de barometer, binnen de tent opgehangen, waren steeds onder het bereik van zijn gezicht; een tweede barometer, die buiten hing, moest gedurende den nacht dienen.

Boven de zeeëngte. Blz. 54.
Na twee uren kwam de Victoria, met eene snelheid van meer dan acht mijlen voortgestuwd, aanmerkelijk dichter bij de kust. De doctor besloot de aarde te naderen; hij matigde de vlam van de gaspijp, en weldra daalde de ballon tot op 300 voet hoogte van den grond.

Het bevond zich boven Mrima, welken naam de oostkust van Afrika daar draagt; dikke zoomen van wortelboomen beschermden de oevers; het lage getij liet hunne wortels zien, die door den Indischen oceaan werden bespoeld. De duinen, die vroeger de kustlijn vormden, vertoonden zich aan den horizon, en de berg Nguru hief in het noorden zijn top in de hoogte.
De Victoria ging voorbij een dorp, dat de doctor op zijne kaart herkende Kaole te zijn. De geheele bevolking liet een gehuil van woede en vrees hooren, pijlen werden te vergeefs afgeschoten tegen dit monster der lucht, dat majestueus boven al deze machtelooze teekens van woede zweefde.
De wind ging naar het zuiden, maar de doctor verontrustte zich niet over die richting, zij veroorloofde hem, integendeel, den weg te volgen, afgebakend door de kapiteins Burton en Speke. Kennedy was eindelijk even spraakzaam geworden als Joe, zij uitten woorden van verwondering tot elkander.—“Weg met de diligences!” zeide de een.—“Weg met de stoombooten,” zeide de ander.—“Weg met de spoorwegen!” antwoordde Kennedy, “met welke men de landen doortrekt zonder ze te zien.”—“Spreek mij van een ballon!” hernam Joe; “men voelt niet dat men gaat en de natuur ontrolt zich voor uwe oogen. Welk een schouwspel! Welke bewondering! welke verrukking! een droom in eene hangmat.”—“Als wij eens gingen ontbijten?” zeide Joe, die honger kreeg van de lucht.—“Dat is een goed denkbeeld, mijn jongen.”—“O! de toebereidselen zullen niet lang duren! Beschuit en verduurzaamd vleesch.”—“En koffie zooveel gij lust,” voegde de doctor er bij. “Ik veroorloof u de warmte van mijne gaspijp te gebruiken, er is genoeg. En op die wijze zullen wij geen brand behoeven te vreezen.”—“Dat zou verschrikkelijk zijn,” hernam Kennedy. “Het zou zijn als of wij een kruithoorn onder ons hadden.”—“Niet geheel en al,” antwoordde Ferguson, “maar als het gas vlam zette, zou het langzamerhand verteren en wij zouden dalen, hetgeen voor ons zeer onaangenaam zou zijn; wees echter onbevreesd, onze luchtballon is hermetisch gesloten.”—“Laat ons dan eten,” zeide Kennedy; “zie daar, mijne heeren,” zeide Joe, “terwijl ik u navolg, zal ik eene koffie gereed maken, welke gij eens moet proeven.”—“De zaak is deze,” zeide de doctor, “dat Joe, bij duizend goede hoedanigheden, een bijzonder talent heeft, om dien lekkeren drank gereed te maken; hij stelt dien samen uit verschillende voortbrengselen, die hij mij nooit heeft willen noemen.”—“Welnu, meester, dewijl wij nu in de volle lucht zijn, wil ik u mijn recept mededeelen. Het is enkel een mengsel van gelijke hoeveelheden mokka, bourbon en rio-nuez.”

Eenige oogenblikken daarna waren drie koppen rondgediend en gebruikten zij een stevig ontbijt, gekruid door de goede luim der gasten; vervolgens ging ieder op zijn post van waarneming.
Het land onderscheidde zich door eene buitengewone vruchtbaarheid. Kronkelende en nauwe voetpaden drongen door onder gewelven van groen. Men ging over velden, bebouwd met tabak, maïs, gierst, die reeds rijp waren; hier en daar zag men uitgestrekte rijstvelden met hunne rechtopgaande halmen en purperkleurige bloemen. Men bemerkte schapen en geiten in groote kooien, die op paalwerk stonden om hen tegen de luipaarden te beschermen. Een weelderige plantengroei versierde kwistig deze streken. In sierlijke dorpen hoorde men telkens kreten van verbaasdheid op het gezicht van de Victoria, en doctor Ferguson hield zich voorzichtig buiten het bereik der palen; de inwoners om hunne hutten verzameld, vervolgden de reizigers langen tijd met ijdele verwenschingen.
De luchtreizigers gingen met eene snelheid van twaalf mijlen in het uur en bevonden zich weldra op eene lengte van 38° 20′ boven het dorp Tounda.
“Daar werden Burton en Speke door hevige koortsen aangetast,” zeide de doctor, “en geloofden zij voor een oogenblik dat hunne onderneming mislukt was. En echter waren zij nog niet ver van de kust, maar reeds deden zich de vermoeienis en de ontberingen ernstig voelen.”
Inderdaad heerscht in deze landstreek voortdurend eene ongezonde lucht, en de doctor kon den invloed daarvan niet ontgaan dan door den ballon boven de besmettingen dezer vochtige aarde te verheffen.
Van tijd tot tijd bemerkte men eene karavaan, die in eene “kraal” rustte en de koelte van den avond afwachtte om zijn weg te vervolgen. Deze kralen zijn uitgestrekte gronden, omringd met hagen, waarin de kooplieden niet alleen bescherming zoeken tegen de wilde dieren, maar ook tegen de plunderende stammen der landstreek. Men zag de inlanders loopen en zich verspreiden op het gezicht van de Victoria. Kennedy wilde hen meer van nabij bezien, maar Samuel verzette zich standvastig daartegen.

Uzaramo. Blz. 58.
“De opperhoofden zijn met musketten gewapend,” zeide hij, “en onze ballon zou een te gemakkelijk mikpunt zijn voor een kogel.”—“Zou een gat, door een kogel gemaakt, een val veroorzaken?” vroeg Joe.—“Niet onmiddellijk, maar weldra zou dat gat eene wijde scheur worden, waardoor al ons gas zou ontsnappen.”—“Laat ons dan op een eerbiedigen afstand van die goddeloozen blijven. Wat moeten zij wel denken als zij ons in de lucht zien zweven? Ik ben zeker dat zij lust hebben om ons te aanbidden.”
“Laat hen ons aanbidden,” antwoordde de doctor, “maar van verre. Men wint altijd daarbij. Ziet, het land verandert reeds van aanzien; de dorpen worden zeldzamer, de wortelboomen zijn verdwenen, hun groei houdt op deze breedte op. De grond wordt bergachtig en doet naburige bergen vermoeden.”
“Inderdaad,” zeide Kennedy, “ik meen eenige hoogten aan dezen kant te bemerken.”—“In het westen ..., het zijn de eerste bergketens van Ourizara, de berg Duthumi, zonder twijfel, achter welken ik hoop den nacht door te brengen. Ik zal de vlam van de gaspijp wat meer opstoken; wij zijn verplicht op eene hoogte van vijf à zes honderd voet te blijven.”
“Het is toch een goed denkbeeld dat gij daar hebt, mijnheer,” zeide Joe, “het is noch moeielijk noch vermoeiend, men draait eene kraan om en alles is afgeloopen.”—“Hier zijn wij meer op ons gemak,” zeide de jager, toen de ballon gestegen was, “de weerkaatsing der zonnestralen in dit roode zand wordt onverdraaglijk.”—“Welke prachtige boomen!” riep Joe uit, “hoewel zeer natuurlijk, is het toch schoon! Men zou geen twaalf stuks daarvan noodig hebben om een bosch te maken.”—“Het zijn baobabs,” antwoordde doctor Ferguson, “ziet, hier is er een, wiens stam 100 voet omtrek zal hebben. Het is misschien aan den voet van dezen zelfden boom, dat de Franschman Maizan in 1845 stierf, want wij zijn boven Deje-la-Mhora, waar hij zich alleen waagde; hij werd door het opperhoofd dier streek gevat, aan den voet van een baobab vastgebonden, en die woeste neger sneed hem langzaam zijne ledematen af, terwijl de oorlogszang weergalmde; vervolgens sneed hij hem in de keel, hield op om zijn stomp geworden mes te slijpen, en rukte het hoofd van den ongelukkige af, voordat het was afgesneden! Die arme Franschman was 26 jaar oud.”
“En Frankrijk heeft geen wraak genomen over zulk eene misdaad?” vroeg Kennedy.—“Frankrijk heeft gereclameerd; de Sultan van Zanzibar heeft alles gedaan om den moordenaar machtig te worden, maar is er niet in geslaagd.”—“Ik verzoek, dat wij ons niet onderweg ophouden,” zeide Joe, “laat ons stijgen, mijn meester.”—“Des te liever, Joe, daar de berg Duthumi voor ons ligt. Als mijne berekeningen nauwkeurig zijn, zullen wij hem overgetrokken zijn vóór heden avond zeven uur.”—“Zullen wij des nachts niet reizen?” vroeg de jager.—“Als het niet behoeft, neen; met voorzorgen en waakzaamheid zou men het zonder gevaar doen, maar het is niet voldoende Afrika door te reizen, wij moeten het zien.”—“Tot hiertoe hebben wij geen klagen, meester. Het is het best bebouwde en vruchtbaarste land der wereld, in plaats van een woestijn. Sla maar geloof aan aardrijkskundigen.”—“Wacht maar Joe, later zullen wij zien.”

De luchtballon vastgemaakt aan een Cactus. Blz. 62.
Ongeveer half zeven uur des avonds bevond de Victoria zich tegenover den berg Duthumi; om hem over te trekken, moest men meer dan 3000 voet hoog stijgen en daarvoor behoefde de doctor de temperatuur slechts met 18° Fahrenheit te verhoogen. Men kan zeggen dat hij zijn ballon naar zijne hand zette. Kennedy wees hem de hinderpalen aan, en de Victoria vloog door de lucht over de bergen.
Te acht uur daalde hij aan den anderen kant waar de helling glooiender was; de ankers werden uit het schuitje geworpen en een van hen viel in de takken van een Cochenilje-Cactus en bleef er stevig in vastzitten. Terstond liet Joe zich langs het touw afglijden en maakte het stevig vast. Men wierp hem de zijden ladder toe, en hij klom vlug weder naar boven. De luchtballon bleef bijna onbeweeglijk, beschut tegen den oostenwind.
De avondmaaltijd werd gereed gemaakt; de reizigers maakten een groot gat in hun voorraad, hongerig geworden door hunne luchtreis.—“Welken weg hebben wij van daag afgelegd?” vroeg Kennedy, terwijl hij groote brokken naar binnen sloeg.—De doctor berekende zijne plaats door middel van waarnemingen van de maan en raadpleegde de uitmuntende kaart, die hem tot gids diende; zij behoorde tot den atlas der nieuwste ontdekkingen in Afrika, door zijn geleerden vriend Petermann te Gotha uitgegeven en aan hem opgedragen. Deze atlas moest voor de geheele reis van den doctor dienen, want hij bevatte den reisweg van Burton en Speke naar de groote meren, Soedan volgens doctor Barth, den Beneden-Senegal volgens Guillaume Lejean en de Delta van den Niger door doctor Baikie.
Ferguson had zich ook nog voorzien van een werk, dat in één deel alles bevatte, wat men over den Nijl wist, getiteld: “De bronnen van den Nijl, een algemeen overzicht van de kom dier rivier en haren hoofdstroom, met de geschiedenis van de ontdekkingen te dien opzichte door Charles Beke th. d.”
Hij bezat ook de uitmuntende kaarten, uitgegeven in de “bulletins van het Aardrijkskundig genootschap te Londen,” en geen enkel punt der ontdekte landen kon hem ontgaan.
Toen hij op zijne kaart zag, vond hij, dat zijn weg in breedte 2 graden of 120 mijlen naar het westen was.
Kennedy merkte op dat de weg zich naar het zuiden richtte; deze richting voldeed echter den doctor, die zooveel mogelijk de sporen zijner voorgangers wilde verkennen.
Men besloot den nacht in drie wachten te verdeelen, opdat ieder op zijne beurt voor de veiligheid der twee anderen zou kunnen waken. De doctor nam de wacht van 9 uur, Kennedy die van middernacht en Joe die van 3 uur ’s morgens.
Kennedy en Joe, in hunne dekens gewikkeld, strekten zich dus uit onder de tent en sliepen rustig, terwijl doctor Ferguson waakte.