← Table of contents
Vijf weken in een luchtballon

XLII.

Reading edition

Edelmoedige strijd.—Laatste opoffering.—De toestel tot uitzetting.—Behendigheid van Joe.—Middernacht.—De wacht van den doctor.—Hij slaapt in.—De brand.—Het gehuil.—Buiten bereik.

Doctor Ferguson begon den stand op te nemen volgens de hoogte der sterren, hij bevond zich nauwelijks op 25 mijlen van den Senegal.—“Al wat wij kunnen doen, mijne vrienden,” zeide hij, na op zijne kaart te hebben gezien, “is de rivier over te steken; maar daar er geene schuit noch brug is, moeten wij haar tot elken prijs in den ballon oversteken, daarom moet deze nog meer verlicht worden.”—“Maar ik zie niet hoe wij dit zullen kunnen doen,” antwoordde de jager, die voor zijne wapens vreesde, “of een van ons moest besluiten zich op te offeren en achterblijven, en op mijne beurt verzoek ik die eer.”—“Wel nu nog mooier,” antwoordde Joe, “ben ik daaraan niet gewoon!”—“Er is geen sprake van om er uit te springen, mijn vriend, maar enkel om te voet de kust van Afrika te bereiken, ik ben een goed looper en goed jager.”—“Ik zal er nooit in toestemmen,” antwoordde Joe.—“Uw edelmoedige strijd is noodeloos, mijn brave vrienden,” zeide Ferguson; “ik hoop dat wij niet tot dit uiterste zullen komen, overigens, als het noodig was, zouden wij te zamen dit land doortrekken en niet scheiden.”—“Dit noem ik spreken,” zeide Joe, “eene kleine wandeling zal ons geen kwaad doen.”—“Maar vooraf,” zeide de doctor, “zullen wij een laatste middel beproeven om den Victoria te verlichten.”—“Welk?” zeide Kennedy, “ik ben nieuwsgierig het te vernemen.”—“Wij moeten ons van de kisten der gaspijp, van de Bunsensche batterij en de slang ontdoen; wij hebben daar meer dan 900 pond.”—“Maar, Samuel, hoe zult gij daarna het gas doen uitzetten?”—“Dat zullen wij niet meer doen!...”—“Maar...”—“Luistert, mijn vrienden, ik heb nauwkeurig berekend welke stijgkracht ons overblijft, zij is voldoende om ons drieën te vervoeren met de weinige voorwerpen, die ons overblijven. Wij wegen nauwlijks 500 pond, de twee ankers medegerekend, die ik gaarne wil behouden?”—“Mijn waarde Samuel,” antwoordde de jager, “gij weet het beste over onzen toestand te oordeelen, zeg ons wat wij moeten doen, wij zullen u gehoorzamen.”—“Tot uwe orders, meester.”—“Ik herhaal het u, mijne vrienden, hoe ernstig dit besluit ook zij, wij moeten onzen toestel opofferen.”—“Het zij zoo,” antwoordde Kennedy.—“Aan het werk!” zeide Joe.

Het was geen geringe arbeid, men moest den toestel stuk voor stuk uit elkander nemen; eerst nam men de mengkist weg, vervolgens die der gaspijp en eindelijk de kist, waarin het water ontleed werd; er was niets minder dan de vereenigde kracht der drie reizigers noodig om den toestel, die vast aan den bodem van het schuitje was bevestigd, los te rukken. Eindelijk gelukte het hun en zij wierpen hem er uit.—“De negers zullen zeer verbaasd zijn,” zeide Joe, “dergelijke voorwerpen in het bosch te zien hangen, zij zijn in staat er afgodsbeelden van te maken.”—Vervolgens moest men zich bezig houden met de buizen, die in den ballon vast zaten en die aan den slang waren bevestigd. Het gelukte Joe eenige voeten boven het schuitje de geledingen van caoutchouc door te snijden, maar met de buizen ging dat moeielijker, want zij werden aan haar boveneinde vastgehouden en bevestigd door de draden van geel koper en den ring der klep. Toen toonde Joe eene groote behendigheid; blootvoets om het omkleedsel niet te beschadigen, klom hij met behulp van het net en ondanks de schommelingen, boven op den luchtballon en daar maakte hij, na tallooze moeielijkheden, zich met eene hand aan deze glibberige oppervlakte vasthoudende, de buitenste banden los, die de buizen vasthielden. Dezen gingen nu gemakkelijk los en werden door het onderste gedeelte van den toestel weggetrokken die door een sterken band hermetisch werd gesloten. De Victoria van dit aanzienlijk gewicht bevrijd, steeg in de lucht en spande het ankertouw sterk. Te middernacht was al het werk gelukkig geëindigd ten koste van vele vermoeienissen, men nam in haast een maal van pemmican en kouden grog, want de doctor kon geene warmte ter beschikking van Joe stellen. Deze en Kennedy bezweken bijna van vermoeienis.—“Gaat slapen, mijne vrienden,” zeide Ferguson tot hen, “ik zal de eerste wacht nemen, ten twee uur zal ik Kennedy wekken; ten vier uur zal Kennedy Joe wekken; ten zes uur zullen wij vertrekken, en de hemel wake dan nog dezen laatsten dag over ons.”—Zonder zich langer te doen noodigen, strekten de beide reisgezellen des doctors zich op den bodem van het schuitje uit en vielen spoedig in een diepen slaap.

De nacht was kalm, eenige wolken braken tegen het laatste kwartier der maan, wier onzekere stralen nauwelijks de duisternis eenigszins braken. Ferguson op den rand van het schuitje geleund, sloeg zijne blikken rondom zich; hij keek met oplettendheid naar het donkere gebladerte, dat zich onder hem ver uitstrekte; het minste gerucht scheen hem verdacht en hij zocht zich zelfs het minste geritsel der bladeren te verklaren.

Hij bevond zich in dien geestestoestand, die door de eenzaamheid nog gevoeliger wordt gemaakt, en gedurende welken eene onbestemde vrees onze zinnen ontroert. Op het einde van eene dergelijke reis, na zoovele hinderpalen te boven te zijn gekomen, op het oogenblik van het doel te bereiken, is de vrees levendiger en de ontroering sterker, het punt van aankomst schijnt voor de oogen te vlieden. Overigens was hun tegenwoordige toestand alles behalve veilig te midden van een barbaarsch land en met een vervoermiddel dat, per slot van rekening, hen elk oogenblik kon in den steek laten. De doctor rekende niet volkomen meer op zijn ballon, de tijd was voorbij dat hij hem stoutmoedig bestuurde, omdat hij zeker van hem was. Onder deze indrukken meende de doctor soms eenig onbestemd gerucht te hooren in die groote wouden; hij meende zelfs een plotseling verdwijnend vuur tusschen die boomen te zien glinsteren; hij keek oplettend en richtte zijn nachtkijker naar dien kant, maar zag niets en er heerschte zelfs een diepe stilte. Hij had zonder twijfel verkeerd gezien; hij luisterde zonder het minste gerucht te vernemen; daar de tijd van zijne wacht toen was verstreken, wekte hij Kennedy, beval hem eene uiterste waakzaamheid en ging naast Joe liggen, die vast sliep. Kennedy stak bedaard zijne pijp aan, terwijl hij zich de oogen uitwreef, die hij moeite had om open te houden, ging in een hoek zitten en begon sterk te rooken om den slaap te verdrijven. De diepste stilte heerschte rondom hem; een zacht windje bewoog de kruinen der boomen en slingerden een weinig het schuitje, hetgeen hem nog meer slaap veroorzaakte; hij wilde weerstand daaraan bieden; opende herhaalde malen zijne oogen, en eindelijk door de vermoeienis bezwijkende viel hij in slaap.

Hoelang duurde dit? Hij kon zich daarvan geene rekenschap geven bij zijn ontwaken, dat plotseling door een onverwacht geknetter werd veroorzaakt. Hij wreef zich de oogen uit en stond op, eene groote hitte deed zich voelen. Het woud stond in brand.—“Brand! brand!” riep hij, zonder het voorval te begrijpen.—Zijne twee reisgezellen stonden op.—“Wat is het dan?” vroeg Samuel.—“De brand,” zeide Joe..... “Wie kan.....” Op dit oogenblik brak onder het hel verlichte gebladerte een gehuil uit.—“O! de wilden,” riep Joe uit, “zij hebben het woud in brand gestoken om ons des te zekerder te verbranden.”—“De Talibas de marabouts van Al-Hadji zonder twijfel,” zeide de doctor.

Op dit oogenblik brak onder het hel verlichte gebladerte een gehuil uit.
Op dit oogenblik brak onder het hel verlichte gebladerte een gehuil uit.

Een kring omringde den Victoria, het gekraak van dood hout vermengde zich met het smeulen der groene takken; de klimplanten, de bladeren, al wat leven had in dit bosch was door het verwoestende element aangetast; de groote boomen teekenden zich donker af in dit fornuis, met hunne takken, die met gloeiende kolen waren bedekt; deze brandende massa weerkaatste in de wolken, en de reizigers meenden dat zij door een bal van vuur omringd waren.—“Laat ons vluchten!” riep Kennedy uit! “op de aarde is onze eenigste kans op behoud.”—Maar Ferguson hield hem met vaste hand terug en hij sneed het ankertouw met een bijlslag door. De vlammen, zich naar den ballon uitstrekkende, lekten reeds zijne verlichte zijden, maar de Victoria, ontdaan van zijne banden, steeg meer dan 1000 voet. Vreeslijke kreten weergalmden in het woud, met hevige losbrandingen; de ballon ging met behulp van een luchtstroom naar het westen. Het was vier uur des morgens.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings