XIII.
Reading edition
Verandering van weder.—Koorts van Kennedy.—Het geneesmiddel van den doctor.—Reizen te land.—De kom van Imengé.—De berg Rubeho.—Op zesduizend voet.—Een halt van een dag.
De nacht was kalm; echter klaagde Kennedy Zaterdag morgen bij zijn ontwaken over loomheid en koortshuivering. Het weder veranderde; de hemel, bedekt met dikke wolken, scheen voor een nieuwen zondvloed voorraad op te doen. Dit land Zungomoro is een akelig land, waar het bijna altijd regent, behalve misschien ongeveer veertien dagen in Januari.
Deze hevige regen overviel weldra de reizigers; beneden hen werden de wegen door “nullahs,” eene soort van oogenblikkelijke stortvloeden, doorsneden, onbegaanbaar, terwijl zij daarenboven nog bezet waren met doornstruiken en reusachtige klimopplanten. Men bemerkte terstond de uitdampingen van zwavel-waterstof-gas, waarvan kapitein Burton spreekt.—“Volgens hem,” zeide de doctor, “zou men haast gelooven, dat een lijk achter elk kreupelbosch verborgen was.”—“Een leelijk land,” antwoordde Joe, “het schijnt, dat mijnheer Kennedy niet te wel is, tengevolge dat hij er een nacht heeft doorgebracht.”—“Inderdaad, ik heb eene hevige koorts,” zeide de jager.—“Dat is niet te verwonderen, mijn waarde Dick, wij zijn in een der ongezondste streken van Afrika, maar wij zullen niet lang daar blijven. Op weg.”
Dank zij eene behendige beweging van Joe, werd het anker losgemaakt, en Joe kwam langs de touwladder weder in het schuitje. De doctor deed het gas uitzetten en de Victoria hernam zijne vlucht, door een vrij hevigen wind voortgestuurd.
Eenige hutten kwamen nauwelijks te voorschijn uit dien verpestenden mist. Het land veranderde van gedaante. Het gebeurt dikwijls in Afrika dat eene ongezonde landstreek aan volmaakt gezonde landen grenst. Kennedy leed zichtbaar, en de koorts tastte zijne krachtige natuur sterk aan.—“Wij hebben toch nu geen tijd om ziek te zijn,” zeide hij, zich in zijn deken wikkelende en zich onder de tent nederleggende.—“Een weinig geduld, mijn waarde Dick,” antwoordde doctor Ferguson, “en gij zult spoedig genezen zijn.”—“Genezen, waarachtig Samuel, als gij in uwe medicijnkist een drankje hebt, dat mij weder op de been brengt, geef het mij dan terstond. Ik zal met gesloten oogen alles inslikken.”—“Ik heb iets beters dan dat, vriend Dick, en ik zal u een koortsverdrijvend middel geven, dat u niets zal kosten.”—“En hoe zult gij dit aanleggen?”—“Zeer eenvoudig. Ik zal boven deze wolken stijgen, die ons overstroomen en ons van dezen verpestenden dampkring verwijderen. Ik vraag u slechts tien minuten, om het waterstofgas uit te zetten.”
Het schouwspel der wolken, die zich op dit oogenblik beneden het schuitje samenpakten, was merkwaardig; zij schoven over elkander en boden een schitterenden glans aan door het terugkaatsen der zonnestralen. De Victoria bereikte eene hoogte van 4000 voet. De thermometer wees een vermindering van temperatuur aan. Men zag de aarde niet meer. Op een afstand van 50 mijlen westwaarts verhief de berg Rubeho zijn fonkelende kruin, hij vormde de grens van het land Ugogo op 36° 20′ lengte. De wind woei met eene snelheid van 20 mijlen in het uur; maar de reizigers voelden niets van die snelheid, zij ondervonden geen enkelen schok, terwijl zij niet eens bemerkten dat zij voortgingen.
Drie uren later verwezenlijkte zich de voorzegging van den doctor. Kennedy gevoelde geene koortshuivering meer en ontbeet met eetlust.—“Dat is beter dan de kinine,” zeide hij vergenoegd.—“Hier zal ik mij op mijn ouden dag nederzetten,” zeide Joe.
Ongeveer tien uur ’s morgens werd de dampkring helder. Er kwam eene opening in de wolken, de aarde werd weder zichtbaar; de Victoria naderde haar langzamerhand. Doctor Ferguson zocht een luchtstroom, die hen meer naar het noordoosten dreef en hij ontmoette dien op 600 voet boven den grond. Het land werd oneffen, zelfs bergachtig. Het district van den Zungomoro verdween in het oosten met de laatste kokosboomen op deze breedte. Weldra begonnen de kruinen der bergen meer vooruit te steken. Eenige toppen verhieven zich hier en daar. Men moest zich elk oogenblik in acht nemen voor de scherpe kegels, die onverwachts uit den grond schenen te komen.
“Wij zijn te midden der blinde klippen,” zeide Kennedy.—“Wees gerust, Dick! wij zullen ze niet raken.”—“Het is toch eene mooie manier van reizen,” zeide Joe.—Inderdaad stuurde de doctor zijn ballon met eene bewonderenswaardige behendigheid.

De berg Rubeho. Blz. 66.
“Als wij op dezen doorweekten grond moesten loopen,” zeide hij, “dan zouden wij in een ongezond slijk rondplassen. Sedert ons vertrek naar Zanzibar zou de helft onzer lastdieren reeds van vermoeienis gestorven zijn. Wij zouden er uitzien als schimmen en wanhopig worden. Wij zouden onophoudelijk moeten worstelen met onze gidsen en dragers, blootgesteld aan hunne teugellooze onbeschoftheid. Des daags heerscht daar eene vochtige, onverdraaglijke, drukkende hitte, des nachts eene dikwijls onverdraaglijke koude en men voelt de steken van zekere vliegen, wier beten het dikste linnen doorboren en die krankzinnigheid veroorzaken! En dat alles zonder nog eens te spreken van de wilde dieren en woeste volksstammen.”—“Ik wil er geene proef van nemen,” zeide Joe.—“Ik overdrijf niets,” zeide doctor Ferguson, “want bij het verhaal der reizigers, die de stoutheid hebben gehad zich in die streken te wagen, zouden u de tranen in de oogen komen.”
Tegen 11 uur trok men de kom van Imengé over; de op deze heuvels verstrooide stammen dreigden te vergeefs den Victoria met hunne wapens. Eindelijk kwam men aan de laatste golvingen van den grond, die den Rubeho voorafgaan; zij vormen den derden en hoogsten bergketen van Usagara.
De reizigers gaven zich rekenschap van de bergbeschrijving van dit land. Deze drie vertakkingen, waarvan de Duthumi den eersten trap vormt, zijn door uitgestrekte vlakten gescheiden; deze verheven kruinen bestaan uit afgeronde kegels, waartusschen de grond bezaaid is met ongeregelde rotsblokken en keien. De steilste helling dezer bergen is aan den kant van de kust van Zanzibar; de westelijke hellingen zijn slechts hellende vlakten. De lage gronden zijn bedekt met eene zwarte en vruchtbare aarde, waar de plantengroei weelderig is. Verschillende riviertjes loopen naar het oosten en vereenigen zich met den Kingani te midden van reusachtige bosschen, egyptische vijgeboomen, tamarindeboomen, kalebasboomen en palmyras.
“Let op!” zeide doctor Ferguson, “wij naderen den Ruhebo, wiens naam in de landtaal ‘doortocht der winden’ beteekent; wij zullen wel doen zijne scherpe kanten op eene zekere hoogte om te trekken. Als mijne kaart goed is, moeten wij hooger dan 5000 voet stijgen.”—“Zullen wij dikwijls gelegenheid hebben eene hoogere luchtstreek te bereiken?”—“Zelden; de hoogte der bergen in Afrika schijnt gering in vergelijking van die in Europa en Azië. Maar in alle gevallen zal onze Victoria er over trekken.”
Op 6000 voet hoogte is de dichtheid der lucht reeds aanmerkelijk verminderd; het geluid verspreidt er zich moeielijk en de stem doet zich niet zoo goed hooren. Het gezicht der voorwerpen wordt verward. De blik ontdekt slechts onbepaalde massa’s; de menschen en dieren worden geheel onzichtbaar; de wegen gelijken op koordjes en de meren op vijvers.
De doctor en zijne reisgezellen gevoelden zich niet in hun gewonen toestand; een luchtstroom van eene ontzettende snelheid sleepte hen mede boven de kale bergen, op wier top uitgestrekte sneeuwmassa’s den blik verbaasden. Zij droegen de sporen van de eene of andere werking der zee in de eerste dagen der wereld.
De zon schitterde in het toppunt en hare stralen vielen loodrecht op deze naakte toppen. De doctor nam eene nauwkeurige afteekening op van die bergen, die uit vier verschillende kruinen, bijna in eene rechte lijn gelegen, bestaan en waarvan de noordelijkste de langwerpigste is.
Weldra daalde de Victoria aan den anderen kant van den Rubeho, langs een met bosschen en donkergroene boomen begroeiden rand; daarop volgden kruinen en kloven in eene soort van woestenij, die het land Ugogo voorafging; lager spreidden zich gele, verbrande en geberste vlakten uit, hier en daar met doornstruiken bedekt.
Eenig kreupelhout, dat verderop bosch werd, versierde den horizon. De doctor naderde den grond, de ankers werden uitgeworpen en een daarvan hechtte zich weldra vast in de takken van een grooten egyptischen vijgeboom. Joe, zich snel langs den boom latende afglijden, maakte het anker zorgvuldig vast; de doctor liet zijne gaspijp in werking om eene zekere stijgkracht in den luchtballon te bewaren, die dezen recht op deed blijven. De wind was bijna plotseling gaan liggen.
“Neem nu twee geweren, vriend Dick!” zeide Ferguson, “een voor u, het andere voor Joe, en tracht met u beiden eenige heerlijke antilopen te schieten. Dit zal voor ons middagmaal dienen.”—“Op de jacht dan!” riep Kennedy uit.
Hij klom uit het schuitje. Joe was van den eenen tak op den anderen gegaan en wachtte hem. De doctor kon zijne gaspijp geheel laten uitgaan, daar de ballon door het vertrek zijner twee reisgezellen zeer verlicht was.
“Vlieg niet weg, meester!” zeide Joe.—“Wees gerust, mijn jongen! ik wordt stevig vastgehouden. Ik ga mijne aanteekeningen in orde brengen. Een goede vangst, en wees voorzichtig. Van mijn post zal ik het land in oogenschouw nemen en, bij het minste dat verdacht is, zal ik schieten, dat zal het verzamelingsteeken zijn.”—“Goed,” antwoordde de jager.