← Table of contents
Vijf weken in een luchtballon

XLI.

Reading edition

Men nadert den Senegal.—De Victoria daalt meer en meer.—Men werpt steeds ballast uit.—De marabout El-Hadji.—De heeren Pascal, Vincent, Lambert.—Een mededinger van Mohammed.—De moeielijk te beklimmen bergen.—De wapenen van Kennedy.—Een manoeuvre van Joe.—Halt boven het woud.

“Dat is niet moeielijk.” Blz. 227.
“Dat is niet moeielijk.” Blz. 227.

“Dat is niet moeielijk.” Blz. 227.

Deze zoo gevaarlijke hinderpalen schenen zeer ras te naderen, of liever de sterke wind dreef den Victoria naar een der steilsten. Men moest tot elken prijs stijgen.—“Laat ons den waterbak ledigen,” zeide Ferguson, “en slechts zooveel behouden als voor een dag noodig is!”—“Ziedaar!” zeide Joe.—“Stijgt de ballon?” vroeg Kennedy.—“Een weinig, omtrent vijftig voet,” antwoordde de doctor, die den barometer niet uit het oog verloor. “Maar het is niet genoeg.”

Inderdaad schenen de hooge toppen zich op de reizigers te willen storten. Dezen waren er bij lange na niet boven, er ontbraken nog 500 voet aan. De voorraad water van de gaspijp werd eveneens weggeworpen, men behield slechts eenige pinten, maar dit was nog onvoldoende.—“Wij moeten er echter over,” zeide de doctor.—“Laat ons de kisten wegwerpen, daar wij ze hebben geledigd,” zeide Kennedy.—“Werp ze weg!”—“Ziedaar!” zeide Joe. “Het is verdrietig dat dat alles zoo stuk voor stuk weg gaat.”—“Wat u betreft, hernieuw uwe opoffering niet. Wat er gebeure, zweer mij ons niet te verlaten.”—“Wees gerust, meester, wij zullen elkander niet verlaten.”

De Victoria had weder eenige voeten in hoogte gewonnen, maar de top der bergen was nog altoos hooger; het was een rechtopgaande kant, die in een werkelijk steil opgaanden muur eindigde. Hij was nog 200 voet boven de reizigers.—“In tien minuten,” zeide de doctor tot zich zelven, “zal ons schuitje verbrijzeld zijn tegen deze rotsen, als het ons niet gelukt die over te trekken.”—“Welnu, mijnheer Samuel?” zeide Joe.—“Behoud slechts onzen voorraad pemmican en werp al het overige vleesch weg.”

De ballon werd nog een vijftigtal ponden lichter en steeg merkbaar, maar dit hielp niets als zij niet over de bergen heen konden gaan. De toestand was verschrikkelijk, de Victoria ging zeer snel; men gevoelde dat hij zou verbrijzeld worden, de schok zou verschrikkelijk zijn. De doctor zag rondom zich in het schuitje, het was bijna ledig.—“Als het noodig is, Dick, zult gij u gereed houden uwe wapenen op te offeren.”—“Mijne wapenen!” antwoordde de jager ontroerd.—“Mijn vriend, als ik het u vraag is het noodig.”—“Samuel, Samuel!”—“Uwe wapenen, uw voorraad kruit en lood kunnen ons het leven kosten.”—“Wij naderen!” riep Joe uit, “wij naderen!”—Zestig voet was de berg nog hooger dan de Victoria. Joe nam de dekens en wierp die weg, zonder iets aan Kennedy te zeggen wierp hij ook verscheidene zakken kogels en lood weg. De ballon steeg boven den gevaarlijken top, maar het schuitje was nog een weinig beneden de rotsen, waartegen het onvermijdelijk moest breken. “Kennedy! Kennedy!” riep de doctor uit, “werp uwe wapenen weg, of wij zijn verloren.”—“Wacht, mijnheer Dick!” zeide Joe. En Kennedy zich omkeerende zag hem buiten het schuitje verdwijnen. “Joe! Joe!” riep hij uit.—“De ongelukkige!” zeide de doctor. De vlakte boven op den berg had op deze plaats ongeveer twintig voet uitgestrektheid en aan den anderen kant had hij eene geringere helling. Het schuitje kwam juist op de hoogte van die vlakte, het gleed over den grond bestaande uit scherpe keisteenen.—“Wij gaan er overheen,” riep eene stem, die het hart van Ferguson deed kloppen.—De onverschrokken Joe hield zich met de handen aan den ondersten rand van het schuitje vast, hij ging te voet over den bergtop, waardoor hij den ballon met de geheele zwaarte van zijn lichaam verlichtte; hij was zelfs verplicht het stevig vast te houden, want het ontsnapte hem bijna. Toen het aan den tegenovergestelden kant was gekomen, heischte Joe zich door eene krachtige greep zijner handen in de hoogte, en aan de touwen zich vasthoudende klom hij weder bij zijne metgezellen. “Dat is niet moeielijk,” zeide hij.—“Mijn brave Joe! mijn vriend!” zeide de doctor op hartelijken toon.—“Wat ik gedaan heb,” antwoordde hij, “was niet voor u, het was voor de karabijn van mijnheer Dick! ik was hem dit schuldig voor de zaak van den Arabier! Ik betaal gaarne mijne schulden en nu zijn wij quitte,” voegde hij er bij, den jager zijn geliefkoosd wapen aanbiedende. “Het zoude mij te veel verdriet doen, u daarvan te zien scheiden.” Kennedy drukte hem krachtig de hand zonder een woord te kunnen spreken. De Victoria behoefde nu slechts te dalen; dat was hem gemakkelijk; hij was weldra weder op tweehonderd voet hoogte van den grond en bevond zich toen in evenwicht. De grond had verschillende oneffenheden, die des nachts moeielijk waren te ontwijken met een ballon, die niet meer te besturen was. De avond daalde schielijk, en ondanks zijn tegenzin moest de doctor besluiten tot den anderen morgen stil te houden.—“Wij zullen eene gunstige plaats zoeken om stil te houden,” zeide hij.—“Ah,” antwoordde Kennedy, “gij neemt eindelijk een besluit?”—“Ja, ik heb lang nagedacht over een plan dat wij ten uitvoer zullen leggen. Het is pas zes uur ’s morgens, wij zullen den tijd hebben. Joe, werp de ankers uit.”—Joe gehoorzaamde en de beide ankers gingen buiten het schuitje.—“Ik bemerk groote wouden,” zeide de doctor, “wij zullen over hunne kruinen gaan en ons aan een of anderen boom vasthechten, voor niets ter wereld zou ik er in toestemmen den nacht op aarde door te brengen.”—“Zullen wij kunnen dalen?” vroeg Kennedy.—“Waartoe zou dat dienen? Ik herhaal het u, het zou gevaarlijk zijn te scheiden. Overigens verzoek ik uwe hulp voor een moeielijk werk.”—De Victoria, die strijkelings langs den top van onmetelijke bosschen ging, bleef weldra plotseling stil staan; zijne ankers hadden gevat; daar de wind ging liggen bleef hij bijna onbeweeglijk boven dit uitgestrekte groene veld, gevormd door de kruinen van een bosch wilde vijgeboomen.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings