← Table of contents
Vijf weken in een luchtballon

Note 1 — XLI.

Reading edition

Den 27sten Mei tegen negen uur des morgens kreeg het land een anderen aanblik, de zachte hellingen veranderden in heuvels, die het voorteeken waren van nabij zijnde bergen. Men zou den keten moeten overtrekken, die het dal van den Niger van dat van den Senegal scheidt en den loop der wateren bepaalt, hetzij naar de golf van Guinea, hetzij naar de baai van Kaap Verd. Tot aan den Senegal wordt dit gedeelte van Afrika als gevaarlijk beschouwd. Doctor Ferguson wist het door de verhalen zijner voorgangers: zij hadden duizend ontberingen geleden, duizend gevaren geloopen te midden dezer barbaarsche negers. Dit noodlottige klimaat deed het grootste deel der reisgezellen van Mungo Park omkomen. Ferguson had dus meer dan ooit besloten in deze ongastvrije landstreek geen voet op de aarde te zetten. Maar hij had geen oogenblik rust; de Victoria daalde merkbaar, hij moest nog eene menigte meer of minder onnutte voorwerpen wegwerpen, vooral wanneer hij een bergtop moest overtrekken. Dit duurde langs een weg van 120 mijlen; men werd vermoeid van het reizen en dalen; de ballon, die nieuwe rots van Sisyphus1, daalde onophoudelijk. De luchtballon, weinig gezwollen, werd langwerpiger en de wind maakte groote plooien in zijn omkleedsel. Kennedy merkte dit op en zeide: “Zou er een scheur in den ballon zijn?”—“Neen,” antwoordde de doctor, “maar de gutta-percha is blijkbaar zachter geworden of gesmolten door de hitte, en het waterstofgas dringt door de taf.”—“Hoe kunnen wij dit verhinderen?”—“Dat is onmogelijk. Wij moeten ons lichter maken, dat is het eenige middel; laat ons wegwerpen wat wij missen kunnen.”—“Maar wat?” zeide de jager, in het schuitje ziende, dat reeds voor een goed deel ledig is.—“Laten wij de tent wegwerpen, wier gewicht vrij aanzienlijk is.”—Joe, wien dit bevel gold, klom boven den cirkel, waaraan de koorden van het net bevestigd waren. Vandaar gelukte het hem gemakkelijk de dikke zeilen der tent te verwijderen en hij wierp ze naar beneden.—“Dat zal het geluk uitmaken van een geheelen negerstam;” zeide hij, “daar is genoeg om een duizendtal inlanders te kleeden, want zij hebben niet veel noodig.”—De ballon was een weinig gerezen, maar weldra werd het blijkbaar dat hij nog den grond naderde.—“Laat ons dalen,” zeide Kennedy, “en zien wat aan dit omkleedsel te doen is.”—“Ik herhaal het u, Dick, wij hebben geen middel om het te herstellen.”—“Wat zullen wij dan doen?”—“Wij zullen alles opofferen, wat ons niet onmisbaar is; ik wil tot elken prijs een oponthoud in deze streken vermijden; de wouden, wier kruin wij thans overtrekken, zijn niets minder dan veilig.”—“Hoe! leeuwen? hyena’s!” zeide Joe met verachting.—“Erger dan dat, mijn jongen, menschen en wel de wreedsten die in Afrika zijn.”—“Hoe weet men dat?”—“Door de reizigers, die ons zijn voorgegaan; vervolgens hebben de Franschen, die de kolonie van den Senegal bewonen, betrekkingen met de omringende volksstammen; onder het bestuur van den kolonel Faidherbe heeft men ver in het land onderzoekingen gedaan, officieren, zooals Pascal, Vincent, Lambert hebben kostbare aanteekeningen hunner expeditie medegebracht. Zij hebben de streken van den elleboog van den Senegal doorzocht, waar de oorlog en de plundering alles heeft verwoest.”—“Wat is daar dan gebeurd?”—“In 1854 hitste een marabout van het Senegalsche Fouta, met name Al-Hadji, die even als Mohammed eene roeping zeide ontvangen te hebben, alle stammen aan tot den oorlog tegen de ongeloovigen, dat is de Europeanen; hij verspreidde dood en verwoesting, tusschen den Senegal en zijn tak, den Falémé. Drie benden dweepers, door hem aangevoerd, doorkruisten het land, spaarden dorp noch hut, maar plunderden en vermoordden alles; hij naderde zelfs het dal van den Niger tot aan Sego, dat lang bedreigd werd. In 1857 ging hij meer noordwaarts en tastte het fort Medina aan, dat door de Franschen op de oevers der rivier was gebouwd; dit etablissement werd verdedigd door een held, Paul Holl, die gedurende verscheidene maanden bijna zonder voedsel en ammunitie, volhield tot de kolonel Faidherbe hem kwam ontzetten. Al-Hadji en zijne benden staken toen den Senegal weder over en kwamen in Kaärta terug, om hunne rooverijen en moorden te vervolgen; hier zijn de streken, waarin hij gevlucht is met zijn troep bandieten, en ik verzeker u dat het niet goed zou zijn in zijne handen te vallen.”—“Wij zullen niet in zijne handen vallen,” zeide Joe, “al moesten wij onze schoenen en kousen opofferen om den Victoria te doen rijzen.”—“Wij zijn niet ver van de rivier,” zeide de doctor, “maar ik voorzie dat onze ballon ons tot daar niet zal kunnen brengen.”—“Laat ons maar eerst op den oever komen,” antwoordde de jager, “dat zal altijd iets gewonnen zijn.”—“Dat zullen wij beproeven,” zeide de doctor, “maar iets verontrust mij.”—“Wat dan?”—“Wij zullen bergen moeten oversteken en dat zal moeielijk zijn, daar ik de stijgkracht van den luchtballon niet kan vermeerderen, zelfs met de grootste hitte.”—“Laat ons wachten,” zeide Kennedy, “daarna zullen wij zien.”—“Arme Victoria!” zeide Joe, “ik ben er aan gehecht, even als een zeeman aan zijn schip, ik zal niet zonder verdriet van hem scheiden. Hij is niet meer wat hij bij zijn vertrek was, goed! maar wij moeten geen kwaad van hem spreken! Hij heeft ons groote diensten bewezen en het hart zal mij breken als ik hem verlaten moet.”—“Wees gerust, Joe, als wij hem verlaten, zal dit zeker ondanks ons zelven zijn, Hij zal ons tot het eind zijner krachten dienen. Ik vraag hem nog slechts 24 uren.”—“Hij put zich uit,” zeide Joe, hem beschouwende, “hij wordt dunner, zijn leven vliedt heen! arme ballon!”—“Als ik mij niet bedrieg,” zeide Kennedy, “zie ik aan den horizon de bergen, waarvan gij hebt gesproken, Samuel.”—“Zij zijn het,” zeide de doctor, na hen met zijn verrekijker te hebben onderzocht, “zij komen mij zeer hoog voor, het zal ons moeite kosten er over te trekken.”—“Kunnen wij ze niet mijden?”—“Ik geloof het niet, Dick, zie eens de groote ruimte die zij beslaan, bijna de helft van den horizon.”—“Zij schijnen zich zelfs om ons te vernauwen,” zeide Joe.—“Wij moeten er volstrekt over!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings