Note 3 — XXIX.
Reading edition
Na twaalf uren bevond zich de Victoria op de grenzen van Nigritië. De eerste inwoners van dit land, Chouas Arabieren, weidden hunne zwervende kudden. De hooge toppen van het Atlantika-gebergte kwamen boven den horizon. Geen Europeesche voet had die bergen ooit betreden, wier hoogte op ongeveer 1300 vaâm 3 wordt geschat. Hunne westelijke helling bepaalt den loop van alle wateren van dit gedeelte van Afrika, die zich in den Oceaan uitstorten; dit is het Maangebergte van deze streek. Eindelijk zagen de reizigers een waren stroom en de doctor herkende aan de ontzettende mierennesten, die in zijne nabijheid waren, den Bénoué, een der groote takken van den Niger, dien de inboorlingen den naam van “Bron der wateren” hebben gegeven.—“Deze stroom,” zeide de doctor “zal eens de natuurlijke weg van gemeenschap worden met het binnenste van Nigritië; onder bevel van een onzer dappere kapiteins, is de stoomboot la Pléiade hem reeds opgevaren tot aan de stad Yola; gij ziet, dat wij in een bekend land zijn.”