← Table of contents
De Ellendigen (Deel 5 van 5)

Tegenwoordige vooruitgang.

Reading edition

Tegenwoordig is het riool zindelijk, kil, recht, nauwkeurig.

Het verwezenlijkt schier het ideaal van ’t geen men in Engeland onder het woord „respectable” verstaat. Het is betamelijk en grijsachtig; naar de lijn getrokken; men zou schier kunnen zeggen netjes. Het gelijkt naar een leverancier die staatsraad is geworden. ’t Is er bijna licht. Het slijk gedraagt er zich fatsoenlijk. Bij den eersten aanblik zou men het voor een dier onderaardsche gangen houden, welke eertijds zoo gemeen en zoo nuttig waren voor de vlucht van monarchen en vorsten, in dien goeden ouden tijd, „toen het volk zijn koningen beminde.” Het tegenwoordig riool is een fraai riool; de klassieke alexandrijnsche rechte lijn, die uit de poëzie verjaagd, in de bouwkunst de wijk schijnt te hebben genomen, is met al de steenen van dat lang, donker en witachtig gewelf als vereenzelvigd; iedere monding is een boog. Zoo overigens de geometrische lijn ergens op haar plaats is, is ’t zekerlijk in de vuilniskanalen eener groote stad. Daar moet alles den kortsten weg volgen. Tegenwoordig heeft het riool een zeker officieel voorkomen verkregen. Zelfs de rapporten der politie, waarvan het nu en dan het onderwerp is, spreken er met achting van. De woorden, die er in de administratieve taal voor gebezigd worden, zijn verheven en fatsoenlijk. Wat men riool noemde heet galerij, wat gat werd genoemd heet opening. Dit net van holen heeft echter nog altijd zijn onheugelijke bevolking van knaagdieren, die er talrijker zijn dan ooit. Nu en dan waagt een rat, een oude snorbaard, zijn kop voor het venster van het riool en beschouwt de Parijzenaars; maar zelfs dit ongedierte wordt tam, want het is tevreden met zijn onderaardsch paleis. Het riool heeft niets meer van zijn vorige afschuwelijkheid. De regen, die het vroegere riool vuil maakte, wascht het tegenwoordige. Men vertrouwe het echter niet te veel. Het wordt nog steeds door pestdampen bewoond. Het is eer een huichelaar dan een vrome. Wat de politie en de gezondheidscommissie ook gedaan hebben, en ten spijt van alle zuiveringsmiddelen, wasemt het nog een verdachten reuk. Tartuffe na de biecht.

Wij moeten evenwel betuigen dat, wijl de ruiming in allen geval een hulde is, door het riool aan de beschaving gebracht, en in dit opzicht het geweten van Tartuffe een vooruitgang op den stal van Augias is, het riool van Parijs zich onbetwistbaar verbeterd heeft.

’t Is meer dan vooruitgang, ’t is een herschepping. Tusschen het vorige en het tegenwoordige riool ligt een revolutie. Wie heeft deze revolutie bewerkt?

De man, dien iedereen vergeet en dien wij genoemd hebben Brunesau.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings