Inhoud.
Reading edition
Boek I.
De oorlog tusschen vier muren.
Bladz.
I. De Charybdis der voorstad St. Antoine en de Scylla der voorstad van den Tempel 7
II. Wat kan men anders in den afgrond doen dan praten 14
III. Verlichting en verduistering 17
IV. Vijf minder, een meer 19
V. Welken horizont men van de kruin der barricade ziet 25
VI. Marius verwilderd, Javert laconisch 29
VII. De toestand wordt erger 30
VIII. De artilleristen nemen het ernstig op 34
IX. Aanwending van het oude wildstrooperstalent en van het onfeilbaar schot, dat op de veroordeeling van 1796 van invloed is geweest 37
X. De dageraad 38
XI. Het geweerschot dat niets mist en niemand doodt 41
XII. De wanorde als handlanger der orde 43
XIII. Voorbijgaande flikkeringen 46
XIV. Waarin men den naam van Enjolras’ geliefde lezen zal 47
XV. Gavroche buiten 49
XVI. Hoe men van broeder vader wordt 53
XVII. De doode vader wacht den stervenden zoon 60
XVIII. De gier prooi geworden 62
XIX. Jean Valjean wreekt zich 66
XX. De dooden hebben gelijk en de levenden geen ongelijk 68
XXI. De helden 77
XXII. Voet voor voet 80
XXIII. Orestes nuchter en Pylades dronken 83
XXIV. Gevangene 86
Boek II.
De ingewanden van den Leviathan.
I. De aarde door de zee verarmd 91
II. De oude geschiedenis der riolen 94
III. Bruneseau 97
IV. Onbekende bijzonderheden 99
V. Tegenwoordige vooruitgang 102
VI. Toekomstige vooruitgang 103
Boek III.
Slijk, echter ziel.
I. Het riool en zijn verrassingen 109
II. Verklaring 114
III. De vervolgde man 116
IV. Ook hij draagt zijn kruis 120
V. Zoowel voor het zand als voor de vrouw is er een verraderlijke fijnheid 123
VI. De modderwel 126
VII. De uiterste nood 128
VIII. Het afgescheurde rokspand 130
IX. Marius schijnt dood voor iemand die er verstand van heeft 135
X. Terugkeer van den verloren zoon tot het leven 139
XI. Verbazing 140
XII. De grootvader 142
Boek IV.
Javert uit het spoor.
Javert uit het spoor 151
Boek V.
De kleinzoon en de grootvader.
I. Men ziet den boom weder met den zinkpleister 165
II. Marius uit den burgeroorlog gekomen, bereidt zich tot den huiselijken oorlog 168
III. Marius’ aanval 173
IV. Mejuffrouw Gillenormand vindt het eindelijk niet kwaad meer, dat mijnheer Fauchelevent iets onder den arm medebracht 175
V. Men belegge zijn geld liever in een bosch dan bij een notaris 180
VI. De beide oude lieden doen, ieder op zijn wijze, alles om Cosette gelukkig te maken 181
VII. De uitwerksels van den droom op het geluk 189
VIII. Twee onmogelijk weder te vinden mannen 191
Boek VI.
De slapelooze nacht.
I. De 16 Februari 1833 197
II. Jean Valjean draagt steeds den arm in een lichter 205
III. De onafscheidbare 213
IV. Immortale jecur 215
Boek VII.
De laatste teug uit den beker.
I. De zevende cirkel en de achtste hemel 223
II. De duisterheden, welke een openbaring kan bevatten 238
Boek VIII.
De afneming der duisternis.
I. De benedenkamer 249
II. Andere schreden achterwaarts 253
III. Zij herinneren zich den tuin in de straat Plumet 256
IV. Aantrekking en uitdooving 260
Boek IX.
Zwaarste schaduw, helderst morgenrood.
I. Medelijden met de ongelukkigen, maar toegevendheid voor de gelukkigen 265
II. Laatste flikkeringen der lamp zonder olie 267
III. Een pen is zwaar voor dengene, die de kar van Fauchelevent oplichtte 269
IV. Zwarte inkt die wit maakt 271
V. Nacht, waarachter de dag is 288
VI. Het gras verbergt en de regen wischt uit 297