← Table of contents
De Ellendigen (Deel 5 van 5)

De aarde door de zee verarmd.

Reading edition

Parijs werpt jaarlijks vijf-en-twintig millioen francs in het water. En dit is geen beeldspraak. Hoe en op welke wijze? Dag en nacht. Met welk doel? Zonder eenig doel. Met welke gedachte? Zonder eenige gedachte. Waarom? Om niets. Door welk orgaan? Door zijn ingewanden. Welke zijn zijn ingewanden? Zijn riolen.

Vijf-en-twintig millioen is het laagste cijfer, ’t welk de waardeering van het ingesteld wetenschappelijk onderzoek oplevert.

De wetenschap heeft na lange waarneming thans uitgemaakt, dat de vruchtbaarste en werkzaamste mest de menschendrek is. De Chineezen wisten dit, wij zeggen het tot onze schande, eer dan wij. Geen Chineesche boer, Eckeberg zegt het, gaat naar de stad, zonder van daar aan de einden van zijn bamboe twee emmers mede te brengen, gevuld met hetgeen wij vuilnis noemen. Aan den menschelijken mest heeft de bodem in China het te danken, dat zij nog even versch is als in den tijd van Abraham. De Chineesche tarwe geeft honderd-twintigmaal het zaaisel terug. Geen guano is in vruchtbaarheid te vergelijken met de beer eener hoofdstad. Een groote stad levert de krachtigste meststof. Zoo men het land uit de stad bemestte, zou men zeker zijn van te slagen. Indien goud drek is, is onze mest daarentegen goud.

Wat doet men met dien gouden mest? Men werpt hem weg.

Men zendt met groote kosten schepen af om van de Zuidpool den mest van zeevogels te halen, terwijl men de onberekenbare grondstof van rijkdom, welke men in zijn bereik heeft, naar de zee zendt. Al de menschelijke en dierlijke mest, welke verloren gaat, zou, indien hij aan de aarde werd teruggegeven, in plaats van in het water geworpen, genoegzaam zijn om de wereld te voeden.

Die vuilnishoopen aan de hoeken der straten, de karren met slijk, welke des nachts door de straten rollen, die afschuwelijke tonnen vol drek, die stinkende stroomen van onderaardsch slijk, dat de straat verbergt, weet ge wat dat is? Bloeiende weiden, weelderig gras, groente en vrucht; ’t is wild, rundvee, ’t is het tevreden geloei der ossen des avonds; ’t is geurend hooi, gouden koren, brood op uw tafel, warm bloed in uw aderen, gezondheid, vreugde, leven. Zoo is de wet dier geheimzinnige schepping, welke de gedaanteverwisseling op aarde en de herschepping in den hemel is.

Werp het in den grooten smeltkroes; uw voordeel zal er uitkomen. De voeding van het land geeft voedsel aan de menschen.

Het staat u vrij, dezen rijkdom te verliezen en mij op den koop toe belachelijk te vinden. Dit zal het meesterstuk uwer domheid zijn.

De statistiek heeft berekend, dat Frankrijk alleen door zijn riviermonden jaarlijks een som van een half milliard in den Atlantischen Oceaan werpt. Men bedenke, dat met deze vijfhonderd millioen het vierde van het staatsbudget kon betaald worden. Maar de mensch is zoo schrander, dat hij deze vijfhonderd millioen liever in de goot werpt. Het is het onderhoud van het volk zelf, ’t welk hier bij droppels, daar bij stroomen, onze riolen in de rivieren en de rivieren in den oceaan uitbraken. Iedere lossing onzer riolen kost ons duizend francs, en heeft twee resultaten: de aarde verarmd en het water verpest; de honger die uit de voren, de ziekte die uit de rivieren komt.

’t Is, bij voorbeeld, bekend, dat tegenwoordig de Theems Londen verpest.

Wat Parijs betreft, heeft men in den laatsten tijd de meeste monden der riolen stroom-afwaarts, voorbij de laatste brug, moeten verleggen.

Een dubbel buizenstoestel, voorzien van kleppen en spuisluizen, die tegelijk zuigen en persen, een draineer- of besproeiingsstelsel, even eenvoudig als de menschelijke long, dat bereids in verscheidene gemeenten van Engeland ingevoerd is, zou voldoende zijn om in onze steden het zuivere water der velden, en naar onze velden het rijke water der steden te voeren, en dit gemakkelijk heen- en wederbrengen, het eenvoudigste ter wereld, zou ons de vijfhonderd millioen francs doen behouden, die weggeworpen worden. Maar men denkt aan iets anders.

De tegenwoordige handelwijze sticht kwaad, terwijl ze goed wil doen. De bedoeling is goed, het resultaat is treurig. Men meent de stad te zuiveren, en verzwakt de bevolking. Een riool is een misverstand. Wanneer overal de draineering, met haar dubbele uitwerking, door terug te geven wat zij neemt, het riool zal hebben vervangen, dat slechts een verarmende reiniging is, dan zullen, in verband met de uitkomsten eener nieuwe maatschappelijke staathuishoudkunde, de voortbrengselen der aarde vertienvoudigd worden en het vraagstuk der armoede aanmerkelijk vereenvoudigd zijn. Voeg daarbij de wegruiming van de daarop azende woekerdieren, en het raadsel zal opgelost wezen.

Intusschen stroomt de algemeene rijkdom naar de rivier, en er bestaat een lek. Een lek is het juiste woord. Europa gaat aldus te gronde door krachtverlies.

Ten aanzien van Frankrijk hebben wij zijn cijfer gezegd. Dewijl nu Parijs het vijf-en-twintigste gedeelte der geheele Fransche bevolking bevat, en de Parijsche guano de rijkste van alle is, blijft men beneden de waarheid, zoo men het gedeelte van het verlies voor Parijs op vijf-en-twintig millioen francs schat van het half milliard, dat Frankrijk jaarlijks wegwerpt. Deze vijf-en-twintig millioen zouden, tot onderhoud en genot aangewend, den luister van Parijs verdubbelen. De stad geeft ze uit aan riolen. Zoodat men kan zeggen, dat de grootste verkwisting van Parijs, zijn kostbaarst feest, zijn uitspatting, zijn praal, zijn weelde, zijn heerlijkheid, zijn—riool is.

Overigens zijn deze wonderbare verkeerdheden niet nieuw. ’t Zijn geen jeugdige dwaasheden. De ouden handelden gelijk de jongeren. „De riolen van Rome, zegt Liebig, hebben den geheelen welstand van den Romeinschen boer vernietigd.” Toen de omstreken van Rome door het Romeinsche riool bedorven waren, putte Rome Italië uit, en toen het Italië in zijn riool had geworpen, stortte het er Sicilië, Sardinië en Afrika in. Het riool van Rome heeft de wereld verzwolgen. Dat riool verzwolg de stad en de wereld. Urbi et Orbi. Eeuwige stad, onpeilbaar riool.

Voor deze dingen, zoowel als voor andere, geeft Rome het voorbeeld.

Dat voorbeeld volgt Parijs, met al de domheid van beschaafde steden.

Ten behoeve der verrichtingen, welke wij zoo straks aangeduid hebben, heeft Parijs een ander Parijs onder zich; een Parijs van riolen, dat zijn straten, pleinen, viersprongen, blinde stegen, aderen en doorstrooming heeft, dat slijk is, doch zonder menschelijken vorm.

Want men mag niets vleien, zelfs geen groot volk; daar, waar alles is, bevindt zich naast schande ook verhevenheid; en zoo Parijs Athene, de stad van het licht, Tyrus, de stad der macht, Sparta, de stad der deugd, Ninivé, de stad der wonderen in zich bevat, bevat het ook Lutetia, de stad van het slijk.

Zoo het oog de oppervlakte er van kon peilen, zou het onderaardsche Parijs aan den blik een reusachtigen koraalsteen vertoonen. Een spons heeft weinig meer gaten en gleuven dan de massa gronds van zes uren omtreks, waarop de oude, groote stad rust. Zonder van de catacomben, die een afzonderlijk mijnwerk zijn, en van het verwarde netwerk der gaspijpen, te spreken, zonder het machtig samenstel der waterleiding te rekenen, die de straatfonteinen van water voorziet, vormen de riolen alleen een ontzaggelijk onderaardsch vlechtwerk, een doolhof, die tot leiddraad zijn helling heeft. Daar huist in den vochtigen dampkring de rat, die de eigenaardige vrucht van Parijs schijnt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings