Maria, het Venster
Reading edition
Er was een geleerd man, rijk van goed, maar onrein van leven. Al zijn geld verspilde hij in zonde. En toen hij niets meer had, was hij bedroefd en ver van der menschen huizen ging hij in eenzaamheid. Niet wist hij, wat te beginnen zonder rijkdom, en alles wilde hij bedrijven, om het geld weder te winnen. De Duivel kwam tot hem, zeggend:
“Waarom ben je zoo droeve?”
De geleerde man vertelde hem, wat er was geschied. De duivel sprak:
“Wil je doen, wat ik, raad—ik zal je geven aan rijkdom genoeg.”
De man beloofde, dat hij den raad wilde opvolgen, wat het ook wezen mocht.
“Dan moet je God verzaken en Zijne moeder Maria,” zeide de Duivel.
Op dezen raad verzaakte hij zijn God, maar met zware moeite kwam hij ertoe, om Maria, de moeder Gods, te verzaken. Maar hij verzaakte Haar om der wille van den rijkdom. Daarom gaf de Duivel hem veel goud, en hij leefde een langen tijd in groote zonde. Ten laatste keerde hij tot zichzelven in:
“O! onzalig mensch, wat heb je gedaan? Je hebt God verzaakt en Zijn moeder Maria. Sterf je in deze zonden, zoo ben je eeuwig verdoemd.”
Hij ging in een kerk en viel op zijn knieën voor het beeld van Maria en smeekte zeer innig, dat Zij zich zijner zou ontfermen en voor hem bidden zoude. Hij liet niet af, bad altijd en bedreef grooten rouw vanwege zijn zonde. Ten laatste sprak de barmhartige moeder Gods tot den armen zondaar:
“Ik kan u niet helpen, want gij hebt uw God en uw Schepper en mij verzaakt.”
“O waarde moeder Gods, gij moet mij helpen, want anders ben ik verdoemd voor eeuwig.”
Figuur 7.

“O, waarde moeder Gods, gij moet mij helpen”
Bladzijde 88“Ik kan u niet helpen, want gij hebt het niet verdiend, dat men u helpen zal.”
“O Maria, hoe is Uw naam en hoe pleegt men U te noemen?”
“Sommigen noemen mij de moeder Gods, anderen de vrouwe der engelen of de koningin van het Hemelrijk of een ster der zee of de lieve moeder Gods Maria.”
“O! waarde moeder Gods Maria—Gij hebt nog een anderen naam, zooals het staat in salve regina.”
“Men noemt mij ook de barmhartige moeder Gods.”
“O lieve Maria en moeder der barmhartigheid, dien naam meen ik en ik hoop, dat Gij dien door mij niet zult verliezen. En zoo Gij mij niet helpt, verliest Gij Uwen goeden naam.”
Toen sprak Maria, de moeder Gods, tot haar lief kind Jezus:
“O! lief kind, ontferm U over dezen zondaar.”
“Lieve moeder, hij heeft mij verzaakt, ik keur hem geen genade waardig.”
Toen nam het beeld van Maria haar lieve kind Jezus en zette het op het Altaar, en knielde neder voor het Altaar, biddend zonder einde, en zeggend:
“Lieve kind! ontferm U over den zondaar.”
“Lieve moeder, de deur des hemels is hem ontzegd.”
“Lieve kind, is hem de deur ontzegd, laat mij dan het venster wezen, opdat hij door Mij mag komen in het eeuwige leven. Want ik ben het venster des Hemels.”
“Lieve moeder! ik zal Uwen wil doen.”
Maria, de barmhartige moeder Gods, zeide tot den zondaar:
“Ga heen en wil niet meer zonde bedrijven. Maar biecht uw boosheid en beter uw leven.”
De man dankte en loofde Maria, de moeder Gods en ging blijde en vertroost heen. Hij ontdeed zich van al het goed des Duivels, en hij ging in een klooster, waar hij God en Maria diende en zijn zondig leven beterde. Bladzijde 89