← Table of contents
De Ellendigen (Deel 3 van 5)

Inhoud.

Reading edition

Boek I.

Parijs in zijn atomen bestudeerd.

Bladz.

I. Parvulus 7

II. Eenige zijner bijzondere kenteekenen 8

III. Hij is behagelijk 9

IV. Hij kan nuttig zijn 10

V. Zijn grenzen 11

VI. Een weinig geschiedenis 12

VII. De straatjongen vindt zijn plaats in de klassificatie der Indiën 14

VIII. Een vriendelijk woord van den laatsten koning 16

IX. De oude geest van Gallië 17

X. Ecce Paris, ecce Homo 18

XI. Schertsen en heerschen 20

XII. De in het volk besloten toekomst 22

XIII. De kleine Gavroche 23

Boek II.

De groote burger.

I. Negentig jaren en twee-en-dertig tanden 29

II. Zoo de man, zoo de woning 30

III. Zijn doopnamen 32

IV. Een aspirant naar de honderd jaar 33

V. Basque en Nicolette 34

VI. Magnon met hare twee kinderen 35

VII. Regel: ontvang alleen des avonds bezoek 36

VIII. Twee maken geen paar 37

Boek III.

De grootvader en de kleinzoon.

I. Een voormalig salon 43

II. Een der roode spoken van dien tijd 46

III. Requiescant 52

IV. De bandiet sterft 59

V. Om revolutionair te worden, is ’t zeer goed de mis bij te wonen 62

VI. Wat er van komt, als men een kerkmeester ontmoet 64

VII. Een vrouw in ’t spel 70

VIII. Marmer tegen graniet 74

Boek IV.

De vrienden van het A. B. C.

I. Een groep, die bijna tot de historie had behoord 81

II. Lijkrede van Bossuet op Blondeau 93

III. Marius is verbaasd 96

IV. De achterkamer van het koffiehuis Musain 98

V. Uitbreiding van den gezichteinder 105

VI. Res Augusta 108

Boek V.

Het nut des ongeluks.

I. Marius behoeftig 115

II. Marius is arm 117

III. Marius groot geworden 120

IV. De heer Mabeuf 124

V. Armoede is een goede gebuur voor ellende 128

VI. De plaatsvervanger 130

Boek VI.

De conjunctie van twee sterren.

I. Hoe familienamen ontstaan 137

II. En ’t werd licht 139

III. Werking der lente 141

IV. Begin eener zware ziekte 142

V. Juffrouw Bougon wordt door verscheidene bliksemstralen getroffen 145

VI. Gevangen gemaakt 146

VII. Gissingen nopens de letter U 148

VIII. Zelfs invaliden kunnen gelukkig zijn 150

IX. Eclips 151

Boek VII.

Patron-Minette.

I. De mijnen en de mijnwerkers 157

II. De diepte 159

III. Babet, Gueulemer, Claquesous en Montparnasse 161

IV. Samenstelling der bende 163

Boek VIII.

De slechte arme.

I. Marius zoekt een meisje met een hoed, en ontmoet een man met een pet 169

II. Een vond 170

III. Vier brieven 172

IV. Een roos in ellende 176

V. Het spiegat 182

VI. De wilde mensch in zijn hol 185

VII. Strategie en tactiek 188

VIII. Een lichtstraal in het hol 192

IX. Jondrette weent bijna 194

X. Tarief der huurrijtuigen: twee francs in ’t uur 197

XI. Dienstaanbieding van de armoede aan de smart 200

XII. Besteding van het vijffrancsstuk van den heer Leblanc 203

XIII. Twee alleen bidden niet op een afgelegen plaats 207

XIV. Waarin een politieagent twee pistolen aan een advocaat geeft 209

XV. Jondrette doet inkoopen 213

XVI. Het liedje op een Engelsche wijs, in 1832 in de mode 215

XVII. Hoe het vijffrancsstuk van Marius besteed werd 218

XVIII. De twee stoelen van Marius staan tegenover elkander 222

XIX. Een donkere achtergrond 223

XX. De hinderlaag 227

XXI. Men moet altijd eerst de offers vatten 249

XXII. De kleine die in het tweede deel schreeuwde 252

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings