← Table of contents
Zes maanden bij de commando's

XIX

Reading edition

Een donkere Week

De laatste week van November brachten wij te Ladysmith door. 't Was een donkere, angstige tijd. Lord Methuen kwam snel van de Oranje Rivier aanrukken op Belmont, waar de Vrijstaters hun voorpost hadden. Er waren niet velen: slechts een 1800 man. Lord Methuen had er 8000 man en twaalf kanonnen van de Royal Field Artillery (Armstrong vijftien ponders). Kapitein (later werd hij tot Majoor verheven) Albrecht had er een paar oude Vrijstaatsche Kruppkanonnetjes, zonder meer. De slag duurde nauwelijks vier uur en liep natuurlijk slecht voor ons af. We hadden er een 40 dooden en 80 gewonden (waaruit 21 in de handen des vijands kwamen), terwijl de Engelschen er (volgens Engelsche boeken) een vijftigtal dooden en twee-honderd gewonden telden.

De ontsteltenis onder degenen, die »achter de gordijnen” mochten kijken, (dat wil zeggen: die de telegrammen in het hoofdlager mochten lezen) was groot. Met gespannen aandacht volgden wij den loop van zaken.

De blijde tijding drong tot ons door: Generaal de la Rey is erheen gesneld, om de Vrijstaters te steunen. Wij hadden geloof in die schralen, kalmen, taaien man. Te Graspan (Rooilaagte of ook wel Enslin genoemd) kwam het tot een treffen op 25 November reeds, twee dagen na Belmont. Er werd ditmaal veel beter en hardnekkiger door de onzen gevochten, maar de overmacht was te geweldig. De la Rey kon slechts een 700 Transvalers in der haast daarheen voeren, met 1 Krupp en 2 maxims. De Vrijstaters kregen het vooral zwaar dien dag en de dappere Commandant Lubbe van Jacobsdal verloor er een oog. Van zonsopgang tot twaalf uur hielden zij, echter, staande, met zware verliezen. Wederom hadden de Britten ruim twee honderd dooden en gewonden, maar—de weg naar Kimberley was geheel open!

Had Lord Methuen het slechts geweten! De toestand was hachelijk. Ons westerfront was gebroken. 't Was een ernstige ure in de geschiedenis van den oorlog. Dienzelfden noodlottigen 25sten dag van November werd ons lager te Derdepoort onverwachts door gewapende Kaffers aangevallen! Een donkere wolk scheen zich over onze arme Republiek te verspreiden. Hoe zal het ons gaan, indien de Zulu's, de Swazies, de Basuto's, de Lijdenburg en Zoutpansberg Kaffers het voorbeeld der Barolongs volgden? Welk eene slachting zou dat afgeven: blanken tegen blanken, en zwarten tegen blanken! O! het was een treurige, droevige, akelige dag, die 25ste November, toen de tijding van Derdepoort op die van Graspan volgde—die dag was voor ons de donkerste in de eerste periode van den oorlog.

Het ging ons gelijk vader Job, toen de fortuin hem den rug toekeerde: een derde treurmare kwam er van Kimberley. Pas was generaal de la Rey weg, of de voorposten van het Bloemhof commando, ten westen van Kimberley, werd door den dapperen Scott-Turner met succes bestormd. Zoo wat dertig Transvalers werden gevangen genomen, maar het kanon werd, als gewoonlijk gered. Drie dagen later, echter, hadden de Bloemhoffers weêr hunne beurt, toen Scott-Turner met 21 man op dezelfde plaats gedood en 28 gewond werden (volgens Conan Doyle's »Great Boer War”).

De 25ste November kan een crisis in de geschiedenis des oorlog genoemd worden. Generaal Joubert was, na lang wachten, eindelijk er toe gekomen (op 13 November) om een reconnaissance en force naar het zuiden van Natal persoonlijk te ondernemen. Hij had goed 2500 man onder zijne banier, een keurbende Transvalers en ook een aantal Vrijstaters. Was hij 's daags na den Modderspruitslag gegaan, hij was gewis tot aan de zee doorgedrongen! De weg lag zoo te zeggen open! Er was toen geen Britsche macht, die 2500 Boeren, zoo als hij bij hem had, door eenige Creusot snelvuurders en Pom-Poms gesteund, kon tegenhouden. De hulptroepen, die het hem later te Mooi Rivier zoo lastig maakten, waren nog op de wateren. Pietermaritzburg en Durban lagen in het holle zijner hand,—maar, even als in het Westen, zoo ging het ons in het Zuiden: wij waren te langzaam. Het schijnt echter boven allen twijfel verheven, dat »Generaal Joubert's tocht Buller en zijn hooge raadgevers tot een voor de Engelschen zeer noodlottig besluit bracht.” In plaats namelijk, van zijn oorspronkelijk plan uittevoeren en door den Vrijstaat naar de Transvaal door te dringen—zoo als Lord Roberts later zoo gemakkelijk deed—ging hij bij de Tugela met Generaal Joubert's uitgezochte commando's zijne krachten meten! Hij kon, volgens Conan Doyle en andere Engelsche schrijvers, 60,000 man in de eerste week van December reeds bij de Grootrivier gebracht hebben. Met onze duizenden bij Mafeking, duizenden om Kimberley, en bij de achtduizend in Natal, om van al de andere posten niet te gewagen, konden wij Buller niet op de opene vlakten van den Vrijstaat gekeerd hebben. Hij kon, even als Lord Roberts, al onze legers omgereden zijn—door louter flank-bewegingen uit zijn weg geruimd hebben. Tegen Februari kon hij bij de Vaal met een nog grootere macht zijn geweest. En dan?—was Ladysmith van zelf ontzet geworden, en Kimberley als overrijpe vrucht hem in den schoot gevallen. Dan hadden de Engelschen geen Magersfontein en Stormberg, Colenso en Spionkop te betreuren.

Generaal Joubert ging wel wat laat—te laat om Natal te veroveren—maar hij drong toch door tot aan de Mooirivier (40 mijl van Natal's hoofdstad) na te Chieveley een gepantserde trein met een kanon en prisoniers te hebben opgepikt. Een groote 15,000 versche troepen waren echter op 9 November reeds te Durban aangekomen en er bestond niet de minste kans toen voor de Boeren om veel verder te gaan. Het Estcourt garnizoen gedroeg zich ook zeer flink in een nachtelijken aanval op Generaal Joubert's mannen ten zuiden van Estcourt, het zoogenaamde »Willow Grange” gevecht. In een hevigen donderstorm kwamen de troepen op de burgers aangestormd en, hoewel zij met vrij groot verlies werden teruggeslagen, gaven zij toch den indruk aan den Generaal, dat het voor hem veiliger zou zijn den terugtocht te blazen.

»Ik ben hier in een akelige en onaangename positie”, telegrafeerde de grijze krijgsman naar Pretoria; »wij regenen hier verrot met alles wat wij hebben. Terugkeeren is noodzakelijk.” En zoo deed hij ook: teleurgesteld, ontmoedigd, uitgeput en—krank. Door het struikelen van zijn paard had hij zich erg bezeerd, zoodat hij weken lang te Volksrust in het Hospitaal moest blijven.

Opmerkelijk is het echter, dat de Natalsche bladen den tocht als een »allerbrilliantste manoeuvre” beschouwden—dat Maritzburg en zelfs Durban in den grootsten nood geraakten, en Buller alzoo zedelijk verplicht was naar Natal met alle beschikbare machten te snellen. Het Ministerie te Downingstraat had bij monde van den Natalschen Gouverneur—zoo hoorden wij later—de gansche macht van 't Rijk verpand om Natal, zoo noodig, tegen de Boeren te verdedigen. De beangste inwoners van de Tuin Kolonie maakten aanspraak op de vervulling van dat akkoord, en—Buller moest toegeven. Uit een zedelijk oogpunt deed hij wat recht was; uit een militair oogpunt beging hij de grootste »blunder” die den Engelschen in den ganschen oorlog kan ten laste gelegd worden.

Zóó gaat het in den oorlog: beide kanten begaan grove fouten, omdat zij niet ten volle op de hoogte van de zaken der tegenpartij zijn. Terwijl de Engelschen in doodsangst verkeerden, was onze Commandant-Generaal in grooten nood, dat hij in den bergpas te Weenen, waar hij door moest, zou worden afgesneden!

Weinig wisten de burgers om Ladysmith in die bange dagen, wat de telegraafklerken vreesden! Zij vreesden, dat de Generaal met zijn geheele leger afgesneden was. Goddank! zij kwamen er veilig door, maar de Generaal is nooit weer de man geworden, die hij te Modderspruit was. Hij was krank naar 't lichaam, en krank naar den geest. De berichten omtrent Belmont en Graspan, Derdepoort en 't Bloemhof lager waren te veel voor zijn zwaarmoedig karakter. Hij gevoelde de hopeloosheid der groote worsteling zoo als nimmer te voren. De twee Presidenten hadden een lang en ernstig gesprek per telegraafdraad met elkander—een gesprek, dat strikt geheim was, maar later gerust mag bekend gemaakt worden. Het werpt een helder licht op de groote, doch korte crisis van die eerste periode des oorlogs. Is het noodig te zeggen, dat, dagen reeds vóór den slag van Modderrivier verademing gaf, onze twee groote Voormannen elkander en anderen hadden bemoedigd en versterkt, om den strijd met kracht voorttezetten?

Een vriend vertelde mij later te Pretoria, met aandoening en geestdrift, hoe dat President Kruger in die duistere dagen zijn oud geloof en zelfs zijn opgeruimden geest niet voor een oogenblik verloor, en den Leden van den Uitvoerenden Raad Psalm 103 liet voorlezen! Die vreugdepsalm was hem in den nacht van God gezonden, zeide hij, tot troost en bemoediging voor hem en anderen.

Vechten kon hij niet meer: Psalm 103 was zijn antwoord op de uitdaging van Belmont en Graspan. 't Geweer kon hij niet meer hanteeren: hij zond Bijbelteksten naar 't front!

Toen volgde (op 29 November) het bloedige gevecht bij den samenloop der Riet- en Modderrivieren—»Twee Rivieren” zoo noemden de Boeren destijds den slag—een gevecht, dat van den morgen tot den avond duurde. Feitelijk was de slag een onbesliste. Geen der beide partijen wist, hoe het met den tegenstander gesteld was. Beiden waren uitgeput, afgemat, hongerig en dorstig. Wegens de duisternis werd het schieten gestaakt, en den volgenden morgen waren de Boeren verdwenen. Lord Methuen was zoo geducht gehavend, dat hij eerst na elf dagen het waagde, de Boeren te Magersfontein aan te tasten. Hij had dus niets bij den slag gewonnen. Voor de Republieken echter, was die dag een keerpunt ten goede. De Boeren vochten hardnekkig, flink, boven verwachting goed, over 't algemeen. Hun morale verbeterde dus na elke nederlaag. Methuen worstelde tegen een Hydra. Te Belmont bleven zij slechts drie uur lang staan, te Graspan zes uur, te Modderrivier den ganschen dag. De hoop herleefde. Met mannen als Generaal de la Rey en Generaal Cronjé aan hun hoofd, zouden zij den volgenden keer wonderen van dapperheid verrichten. Modderrivier was ons Alkmaar, »van waar de victorie begon!” De donkere nacht was voorbij!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings