← Table of contents
Zes maanden bij de commando's

XIII

Reading edition

De Boeren om Ladysmith

Sir George White had nu al zijne beschikbare troepen in het versterkte kamp te Ladysmith vergaderd en de Boeren haastten zich het groote leger van ruim twaalf duizend man aldaar intesluiten. Een beslissende slag kon elk oogenblik verwacht worden, gevoelde onze Commandant-Generaal, zoo trad hij persoonlijk aan 't hoofd der verzamelde commando's op, na eene ontmoeting met Generaal Prinsloo. Toen zag ik onzen waardigen Commandant-Generaal werken! Dag na dag was hij in den zadel, alle posities om Ladysmith zelf inspecteerend. Krijgsraden werden bijgewoond, soms bij de hoofdkwartieren van Generaal Prinsloo, ten westen van de stad, soms bij zijn eigene hoofdkwartieren, achter Pepworth's heuvel, ten noordoosten van Ladysmith. Om acht uur 's avonds moesten alle lichten uit zijn, maar om drie uur 's morgens was de rustelooze krijgsman reeds op de been. Dikwijls zag ik hem daar bij »Pepworth's Hill” van tent tot tent gaande, om de luiaards te wekken met zijn tenoorstemmetje:—

»Opstaan! Opzaal! Klaar staan elk oogenblik voor een aanval. Gauw! Gauw!”

Meer dan eens schrok ik wakker onder het geluid dier woorden bij onze tentdeur.

Soms riep de oude uit: »De Engelschen trekken uit! Opzaal! Maak gauw.”

Of wij groenen ervan schrokken! Grootere waakzaamheid heb ik nooit in den oorlog gezien, als die van Generaal Joubert. De man scheen nooit te slapen. Om voedsel en drank bekommerde hij zich niet. Zijn trouwe gade zorgde, echter, dat hij steeds wat te eten kreeg, al ging het ook hoe »hals over kop”. Wij werden tusschenbeide boos op den energieken, onvermoeiden, woeligen Generaal. Waarom al die drukte en moeite?—vroegen wij elkander—en die blinde alarmen? En dat paarden halen en opzadelen in het holle van den nacht? Mijne oogen werden later geopend, om die dingen te begrijpen. Onze veteraan-Generaal wist bij dure ondervinding, wat een volks-commando beteekende! De waakzaamheid van den Engel Gabriel, de energie van een Napoleon, het geduld van een Job waren noodig, om zulk een ongelijksoortige schare van boeren en dorpelingen eenigszins op een leger te doen gelijken. De moederlijke bezorgdheid en lollerigheid en bekommerdheid van een kakelende hen tegenover hare kleine kiekens werd door den Generaal in die eerste dagen tegenover de burgers uitgeoefend—omdat hij wist.... wat hij wist! Geen wonder dat de man geen »Transvaalsche Jingo”, geen oorlogszuchtige was. Geen wonder, dat hij voor toegeven tot het uiterste pleitte. Zijn oogen waren open voor de feiten, voor de werkelijkheid der dingen. Vandaar ook zijn gebrek aan zelfvertrouwen en hoop. De oorlog was voor hem geen jachtpartij, geen buitmakerij, geen schietwedstrijd, geen picnic voor groote kinderen. Waarachtig niet! De oorlog eischte, volgens hem, de hoogste en volste inspanning van de beste krachten van lichaam en geest in officiers en in manschappen, alsmede de stiptste gehoorzaamheid aan alle bevelen. Helaas! vele officieren deelden niet zijn gevoelen, en al deden zij het ook, dan waren zij te zwak om zijn voorbeeld te volgen. Met blijdschap, echter, wensch ik te constateeren, dat het woord en het voorbeeld van den grijzen Commandant-Generaal een uitmuntende uitwerking op onze commando's in die dagen hadden. Zijn oog was op elkeen, en ieders oog was op hem gericht. Hij sprak de burgers overal bij hunne posities in krachtige, welsprekende taal toe. Zijne woorden trilden door elk hart, en hij werd alzoo in letterlijken en in zedelijken zin: De Ziel en de Held van de Overwinning te Modderspruit en Nicholson's Nek op 30 October behaald.

Vóór wij onze indrukken van het gevecht meêdeelen, zal een woordje omtrent de Boeren-posities niet te onpas zijn. Ladysmith is in een soort van natuurlijke Kom gelegen. Rondom de stad ziet men aan bijna alle zijden hooge heuvelen en kopjes. Deze zijn echter op een aanzienlijken afstand van de stad gelegen—zegge van vier tot acht mijl. Ten noord-oosten ligt Pepworth's Hill, groot, breed, tamelijk hoog en steil: een van de aanzienlijkste hoogten in ons bezit. Zonder slag of stoot liet Generaal White deze belangrijke stelling in onze handen vallen. Een kleine mijl van den heuvel in oostelijke richting staat het woonhuis van den heer Pepworth een Natalsche Parlementslid, eigenaar van de uitgestrekte plaats, »Rietfontein”, waarop Pepworth's Hill gelegen is. De eerste batterij der Transvaalsche Staatsartillerie was boven op dien heuvel, aan de zijde naar Ladysmith ziende, in een halven cirkel gesteld. Behalve de 4 Fransche snelvuurders, de 2 Krupp's en de 2 Pom-pom's (vroeger genoemd), werd het groote vestingkanon, dat bij Marshall's plaats ook gebracht werd, daar in positie gesteld. Dit reusachtige moordtuig was pas den avond voor den slag aldaar aangekomen, maar eenige honderden sterke armen bij de kracht van twee-en-twintig groote, ingevoerde muilen gevoegd, overwonnen alle moeilijkheden. Ter inlichting van den nieuwsgierigen lezer zij gezegd: dat er twee lange, sterke touwen aan den zwaren, ijzeren kanonwagen vastgeknoopt werden, aan elken kant een, waaraan de burgers in een lange rei trokken, terwijl de muilen in 't midden zwoegden. Opmerkelijk is het ook: dat er geen pad voor de zware kanonnen en caissons naar den top des heuvels bestond, maar een menigte rappe handen, met pikken en graven gewapend, wisten er spoedig een soort van weg te banen. Daar de heuvel als het ware met groote ijzerklippen bevloerd was, zag het haastig gemaakte pad er maar akelig en gevaarlijk uit. Toch—het beantwoordde aan zijn doel. Zondag avond werd het groote Creusot erop getrokken, en in de duisternis van den nacht werkte de heer Léon—een Fransche deskundige, jaren te voren in Transvaalschen dienst genomen—onverpoosd aan platform en beschutting ervoor. Tegen 4 uur den volgenden morgen was de »Long Tom” gereed om zijn basstem te doen hooren—tegen half vijf begon de kanonmuziek van Modderspruit. Colonel Trichard, met Luitenant de Jager en 2de Luitenant H. du Toit hebben bevel over al die vuurmonden.

De Ermelo-burgers, toen slechts eenige honderden in getal, en het Iersche Corps, ongeveer 120 sterk, werden op den grooten heuvel tot dekking van de kanonnen geposteerd.

Een half mijl van Pepworth's heuvel, in zuidelijke richting, vlak bij de spoorlijn uit Ladysmith naar Elandslaagte gaande, is er een kleine, boschachtige verheffing. Daar stond Generaal Joubert met zijn staf en een kleine lijfwacht van Heidelbergers gedurende den slag. Vandaar uit spoedden zijne adjudanten links en rechts met orders naar de verschillende officieren.

Als men den spoorweg overgaat en zich in een zuidoostelijke richting begeeft, verder van Ladysmith, komt men in aanraking met den bekenden Transvaalschen staatsman en patriot Generaal Schalk Burger, met zoo wat vierhonderd Lijdenburgers. Van Oshoek (op de grens van het verre Swazieland) is hij over Amsterdam, Piet Retief, Vrijheid en Dundee naar Ladysmith gekomen, om ons te helpen. Het was één van die snelle marschen, die de verbazing der wereld wegdragen, waarvan de Boeren er zoo velen in den oorlog hebben afgelegd. Met 3 Howitzers (Krupp, snelvuur, 12 cM., model '97, een 35 lb. projectiel 6400 meter ver werpend) en een hand-maxim is hij net bijtijds aangekomen, om aan den slag deel te nemen, Majoor Erasmus en Luitenant Malan zijn aan 't hoofd dier kleine batterij. Er zijn geen hooge heuvelen waar Generaal Burger zich bevindt—slechts een lange, lage rand van noord naar zuid loopend.

Naast aan de Lijdenburgers bevinden zich de Heidelbergers, ruim 1000 man sterk, met twee Krupp veldkanonnen (7½ cM., 12½ lb. projectiel, model '95) onder den zorg van de tweede Luitenants Groothaus en Oelofse. Ook zij hebben niet juist prominente heuvelen, die in 't oog vallen. Inderdaad is het land aan de oostzijde van Ladysmith, gelijk en open in vergelijking met de overige zijden.

Onze linkervleugel, eindelijk, bestaat uit Generaal Lukas Meijer's commando—met Standertonners erbij gevoegd—nauwelijks 2000 in tal. Majoor Wolmarans steunt hem met Kapitein Louw Pretorius. Het terrein, dat zij bedekken is zeer heuvelachtig en sterk. Zij hebben 4 Krupp snelvuurders, 2 Fransche kanonnen (7½ cM., 19 lb. projectiel 8500 meter ver spuwend—evenals die op Pepworth) en een Pom-pom, alsmede het maxim van de Engelschen achter Talana Kop genomen. Eene afdeeling Duitschers, onder Luitenant von Quitzow (zoo wat 60 in 't geheel) is ook bij Meijer's commando gevoegd.

Generaal Kock ligt met den dood te Ladysmith te worstelen. Commandant Ben Viljoen is te Newcastle en elders, alle krachten inspannend, om ons sterk commando Johannesburgers weer te organiseeren.

Lombard's Kop en de hooge Bulwana Berg liggen tusschen Meijer's mannen en Ladysmith. Ze zijn twee belangrijke punten, die nog in het bezit der Engelschen zijn. De spoorweg naar het zuiden loopt daar in de vallei van de Kliprivier—die door de stad gaat,—aan den voet van Bulwana en de voorpunt van Lombard's Kop (ook wel »Gun Hill” genoemd). Als Sir George zijne communicatie met Durban wil open houden, mag hij die hoogten niet verliezen. Aan de overzijde der breede vallei, zijn er hooge heuvelen en bergen, zooals de bekende Plat Rand (of Wagon Hill), treuriger nagedachtenisse, maar daaromtrent thans geen woord, want het heeft met den op handen zijnden slag niets te doen.

Onze rechtervleugel strekte zich uit achter een heuvelenreeks, van Pepworth's tot aan Surprise Hill, die zuiver noord van Ladysmith stond, vlak voor de bekende Nicholson's Nek. Het groote Pretoria-commando, van district en stad, ruim elf honderd man thans tellend, onder Generaal Daniel Erasmus en diens broeder Stefanus (ageerend Commandant) hield een deel der uitgestrekte positie, en de Vrijstaters waren op Surprise Hill en vooral onder aan den voet van den hoogen heuvel, later »Klein Majuba” genoemd, waarop de Engelschen gevangen genomen werden. Daar, rechts van dien heuvel en van Nicholson's Nek, als men het aangezicht Ladysmithswaarts wendt, hadden de Heilbronners—zegge 500 man, onder Commandant Steenkamp en zijne rechterhand Christiaan de Wet—hun lager, met een klein klompje Kroonstadschen (Com. Nel) de nabijheid. Dat waren de eenige Vrijstaters, die aan 't gevecht deelnamen, de overige commando's meer west en zuid-west van Ladysmith gelegerd zijnde. Grof geschut was er hoegenaamd niet tusschen Pepworth's en Nicholson's Nek, maar onze rechtervleugel is sterk wegens zijn heuvelen-forten. Van Generaal Meijer's linkervleugel tot aan de Heilbronners vormden de Federalen een halven cirkel van negen of tien mijl in omvang. Dan had onze voorzichtige, slimme Commandant-Generaal nog eene andere kaart, die hij desnoods kon uitspelen, namelijk een flinke, georganiseerde reserve-kolonne scherpschutters. Hij had Commandant van Dam, van de Johannesburg Rijdende Politie, met zijn 800 man naar Ladysmith ontboden. Met ongelooflijken spoed was de wakkere Commandant met zijne manschappen,—voorzien van paarden, tenten, commissariaatwagens, voedsel, alles compleet en in eerste klas orde—per spoor naar Elandslaagte gekomen. Van daar snelde hij toen met eene vliegende colonne van ongeveer 400 man naar Pepworth's Hill, alwaar hij laat Zondagavond aankwam. Toevallig had ik nog de eer, den Commandant naar des Generaals tent te geleiden, daar hij mij in de duisternis haastig toeriep: »Waar is de tent van Generaal Joubert?” Hoe laat het was, voor de Politie dien nacht een oog kon toedoen, kan men wel gissen.

Welk nuttig werk zij den volgenden morgen deden, zullen wij weldra zien.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings