§ 83.
D. van den Bosch translation
Daar het doel met dit werkje is, om de hoofdzakelijke gronden en daarop steunende inrigtingen van het stoomwerktuig, op eene duidelijke en korte wijze te verklaren, zoo hebben wij, met behoud van het goede dienaangaande eener vorige uitgave, ons vooral ook moeten beperken bij de verklaring van het gewone stationaire stoomwerktuig van lagen druk. Vele andere wijze van toerigting, schikking en vorm van deelen bestaan er daarom, welke wij niet speciaal hebben kunnen behandelen. Wanneer men uit de vele soorten van stoommachinen eene kiezen moest, om tot leidraad ter verklaring van anderen te dienen, dan zoude inderdaad geene betere keuze dan deze kunnen geschieden, zijnde het beste voor uiteenzetting en opheldering van beginselen geschikt. Om nogtans eene eigenaardige inrigting van het stoomwerktuig met de daarvoor meest vertrouwde zamenstelling ter oefening van begrip te geven, zoo is aan het einde dezer bladzijden eene afbeelding van een stoomwerktuig met ketel van lage drukking gevoegd, waarmede sommige stoomvaartuigen voorzien zijn, met de noodige aanwijzing ter verklaring. De geheele bevatting daarvan zal niet moeijelijk vallen voor hem, welke de boven behandelde gronden wel heeft verstaan.
Met de beschouwing van die figuren, zich de verklaring der gronden herinnerende, zal men na weinige overweging de overtuiging bekomen, dat de schikking der hoofddeelen van een stoomwerktuig voor vele verandering vatbaar is; zoo kan bijvoorbeeld de dienst, welke eene enkele boven de machine gelegene balans doet, verrigt worden door twee balansen, welke benedenwaarts ter wederzijden van de machine liggen, gelijk uit deze afbeelding van eene stoombootmachine te zien is; ook behoeft de condensor met de luchtpomp niet altijd in eenen gevulden waterbak gesteld te zijn, terwijl het injectiewater door eene pijp in den condensor kan worden gebragt; vervolgens zal men ook inzien, dat het geen vereischte is, om door tusschenkomst van balansen de kruk van eene hoofdas te doen omwentelen, maar dat de stoomzuiger, zonder dien, met zulk eene kruk op eene boven of onder gelegene hoofdas te verbinden is; zelfs kan men liggende of hellende stoomcilinders, in diervoege met de hoofdaskruk verbonden, aanwenden; of ook op sterke assen heen en weder slingerende stoomcilinders, waar van de zuigerstang-einden de rondgaande beweging der hoofdaskrukken direkt volgen; men is ook niet gehouden, om eenen enkelen stoomcilinder te gebruiken: de aanwending van twee of meer cilinders kan soms geschikt voorkomen; onder anderen heeft men stoomwerktuigen met twee stoomcilinders van verschillende grootte, voorzien van stoomketels voor zoogenaamden middelbaren of hoogen stoomdruk, waaruit hoog gespannen stoom eerstelijk in den kleinen cilinder vloeit en daarin zonder ontspanning werkt, vervolgens daaruit in eenen grooten cilinder stroomt, en in dezen laatsten ontspannende, beide zuigers gelijktijdig doet op- en neder bewegen.
Onder de vele soorten van stoomwerktuigen treft men wel eens zoogenaamde rotative machinen aan, waarin de rondgaande beweging dadelijk, dat is zonder tusschenkomst van eenen heen en weder gaanden stoomzuiger plaats vindt. Deze bestaan uit eenen hollen ronden ring of uit eene soort van ronden trommel, waarbinnen een vleugel doorgaande rondgevoerd wordt (bij wijze van digt sluitenden zuiger) door den druk van meer of minder gespannen stoom; deze machinen zijn zeer eenvoudig en beslaan weinig ruimte, doch tot heden hebben dezelve nog niet kunnen voldoen, de oorzaak daarvan is niet gelegen in onjuiste grondbeginselen, maar alleen in het moeijelijke, dat voor als nog als onverwinbaar te beschouwen is, om daaraan eene goede duurzaamheid, of bestendig goede werking te geven.
Onder de deelen van een stoomwerktuig, welke voor onderscheidene wijzingen vatbaar zijn, behoort in het bijzonder de zoogenaamde stoomschuif, die de geheele beweging van het werktuig regelt, gelijk wij in § 38 hebben aangetoond. Dat regelend deel bestaat vrij algemeen uit eene enkele lange schuif, die de beide stoomdoortogten dekken kan, in werktuigen van lagen druk doorgaande hol en open, om doortogt van den op den zuiger gediend hebbenden stoom naar den condensor te geven, waarvan de afbeelding van de stoombootmachine een voorbeeld levert; in die zelfde soort van werktuigen treft men ook wel stoomschuiven aan, die in twee deelen gescheiden zijn, waarbij dan den gediend hebbenden stoom, van wederzijden des zuigers, langs de uiterste einden der dus zamengestelde stoomschuif, eenen bijzonderen weg naar den condensor gegeven wordt; dusdanige aaneengekoppelde stoomschuifdeelen zijn dan, of afgekorte digte lange stoomschuiven, of hebben den vorm van zuigers; voor dat zelfde einde gebruikt men ook doosvormige schuiven, welke door den druk des stooms aansluiten, en geene aandringende pakking behoeven, in sommige stoomwerktuigen worden kranen of valkleppen ter regeling van de toelating des stooms in den cilinder gebezigd; in werktuigen, die met hooger gespannen stoom werken, gebruikt men tot datzelfde einde, en bij voorkeur, lange of korte schuiven, welke geene pakking behoeven, dat is, die zich zelven door den druk van den stoom aansluiten. Ter vermijding van pakking in hennep of vlas bezigt men ook uit- en inveerende metalen of ijzeren ringen, welke wijze van sluiting ook meermalen voor stoomzuigers gebruikt wordt. Daar de vorm en regeling van beweging der stoomschuif een uiterst belangrijk onderwerp is, zoo hebben vele deskundigen aanhoudend daarin naar verbetering getracht.
De noodzakelijke regtlijnige leiding des stoomzuigers, is ook door andere middelen, als door het veel te wijzigen toestel der zoogenaamde evenwijdige of parallelle beweging (gelijk in § 41 uiteengezet is) te verkrijgen; zoo ziet men die leiding ook wel uitgevoerd door eenvoudig den top der stoomzuigerstang in een, ter wederzijden gelegen, regtlijnig raamwerk te doen rollen of schuiven, waardoor aan den eisch dier leiding juist voldaan wordt.
Groote verschillen van zamenstelling en inrigting vindt men in stoomketels, alles met oogmerk, om met weinige brandstoffen veel stoom te leveren, want de kosten aan brandstof, is eigenlijk de prijs van het vermogen, dat het werktuig uitoefent. Een goede ketel behoort bovendien zoo duurzaam mogelijk te zijn, op dat dezelve niet na een kort tijdsverloop onbruikbaar gerake: gezamentlijke redenen, waarom men onophoudelijk nog naar verbeterde constructie van stoomketels zoekt.