§ 60.
D. van den Bosch translation
Voor en aleer tot de verklaring over te gaan van het voordeel, dat in de ontspanning van den stoom gelegen is, is het noodig zich te herinneren, wat in § 54 over de uitgebreidheid van verschillend gespannen stoom aangeteekend staat: zoo heeft stoom, op acht dampkringen gespannen, eene uitgebreidheid van 255, op vier dampkringen 478, op twee dampkringen 900 en op eenen dampkring 1700 malen die van het water; hieruit moet, gelijk gezegd is, besloten worden, dat stoom, welker spanning de helft van andere bedraagt, ongeveer de dubbele uitgebreidheid bezit; want bijvoorbeeld: 478 de volume zijnde van stoom op vier dampkringen gespannen, zoo is tweemaal die volume of 956 slechts weinig meer dan 900, de volume van den stoom op twee dampkringen gespannen. Daar nu stoom van halve spanning weinig meer dan de halve zwaarte bezit, of weinig meer dan de halve hoeveelheid water inhoudt, met andere woorden gezegd, nagenoeg de halve digtheid heeft; zoo komt men tot het besluit: dat bijaldien eene ruimte, bijvoorbeeld: eene kubieke el groot, met stoom van zekere spanning volkomen gevuld is, en deze ruimte verdubbeld, dus twee kubieke ellen wordt, zonder dat meer stoom wordt ingelaten, de aldus in dubbele ruimte uitgebreide stoom, weinig minder dan de halve spanning, welke dezelve eerst bezat, zal bezitten; zooveel zal dus die stoom ontspannen zijn.
Om stoom naar die maat te doen ontspannen, moet echter gezorgd worden, dat dezelve in de vergroote ruimte geene verkoeling ondergaat, of in temperatuur daalt beneden de juiste temperatuur, die met de uitbreiding in de vergroote ruimte overeenkomt; zoo zulks plaats vond, zoude men een gedeelte van dien stoom condenseren, en in water doen overgaan, gevolgelijk den stoom nog meer in spanning doen verminderen, gedurende, dat deszelfs ontspanning plaats vond.