§ 47.
D. van den Bosch translation
Telkens als de stoomzuiger eenen slag op- of neer doet, wordt dezelve gedrukt met een vermogen, dat met de spanning van den toegevloeiden stoom aan eene zijde des zuigers gelijk is, min den tegenstand, welken de zuiger aan de andere zijde door het onvolmaakt ijdel in den condensor ondervindt; de stoom, welke in stoomcilinders van lagen druk gewoonlijk werkt, gaat den gemiddelden druk des dampkrings omstreeks een vierde deel te boven; dat is bedraagt ongeveer 129 Ned. looden op eenen vierkanten Ned. duim; doch door het nimmer volmaakt ijdel binnen den condensor, heerscht aan de tegenzijde des stoomzuigers nagenoeg een tegendruk van 9 Ned. looden per vierkante Ned. duim, welke dus van de stoomspanning moet worden afgetrokken, waardoor elke vierkante duim van den stoomzuiger ter beweging voortgedrukt wordt met 120 looden per vierkante duim. Het geheele oppervlak des zuigers zal dus gedrukt worden met zoo veel maal 120 looden, als dat oppervlak vierkante duimen bevat. Het vinden van het getal vierkante duimen, welke het oppervlak van eenen ronden zuiger van eene gegevene middellijn bevat, geschiedt naar den volgenden regel: vermenigvuldig het getal duimen, waaraan de middellijn van den zuiger gelijk is, met zich zelf, en het produkt weder met 0.7854, dan zal het laatste produkt het gevraagde getal vierkante duimen zijn, waaraan het oppervlak des zuigers gelijk is.
Bij voorbeeld: laat de middellijn des zuigers 57 duimen wezen, dan geeft 57 maal 57; voor produkt 3249 dat, weder 0.7854 malen genomen, 2551-3/4 vierkante duimen voor het oppervlak des zuigers oplevert, zoo veel maal 120 looden zal dus de totale druk zijn, waardoor de stoomzuiger bewogen wordt, dat is 2551-3/4 maal 120 geeft 306210 Looden of ruim 3062 Ned. ponden.
Maar nu is de vraag: met welke snelheid zal zoodanige zuiger, die door 3062 ponden gedrukt wordt, zich bewegen, ten einde derzelver vermogen daarnaar te kunnen berekenen; hierover moet gezegd worden, dat hoe langer de slag des zuigers is, hoe meer snelheid dezelve zal kunnen aannemen, altijd in de veronderstelling, dat genoegzame hoeveelheid stoom door den ketel geleverd wordt; aan stoomzuigers van bovengemelde middellijn wordt, voor landmachinen, veelal het dubbel der middellijn tot lengte van slag gegeven, dus hier 114 duimen, die, zoo wel dalende als rijzende, door den zuiger worden afgelegd; de voegzaamste snelheid voor zoodanige slaglengte is gelijk aan het afloopen van 60 ellen in eene minuut, waarvoor deze zuiger ruim 26 dalingen en even zoo vele rijzingen moet volbrengen; of omdat eene daling en eene rijzing, met eene omgang van het vliegwiel overeenkomt, ruim 26 vliegwielomgangen. Wanneer dan werkelijk deze zuiger 60 ellen wegs in eene minuut afloopt, dan komt het vermogen van den stoomzuiger overeen met 3062 ponden 60 ellen hoog opgebragt in eene minuut, of met 183720 Ponden 1 el hoog in denzelfden tijd. Daar nu eene paardenkracht aan 4562-1/3 ponden, 1 el in een minuut opgevoerd, gelijk is, zoo volgt dat het vermogen van dezen zuiger in paardenkracht gevonden wordt, wanneer men 183720 door 4562-1/3 deelt, hetgeen tot quotiënt nagenoeg 40 paardenkrachten oplevert.