§ 69.
D. van den Bosch translation
Stoomwerktuigen van hoogen druk houden condensor noch luchtpomp, daarin bedraagt dus de tegenstand van den stoomzuiger, gelijk gezegd is, minstens eenen dampkringsdruk, dat is gemiddeld 103.3 Ned. looden per vierkanten Ned. duim; wel heeft men bij gemis van condensor en luchtpomp eenen zoogenaamden refringirator of verkoeler, waardoor de stoom alvorens in de opene lucht of in den schoorsteen te ontlasten, doorgaat, maar deze dient alleen, om van den ontvliedenden stoom nog verwarmd water te trekken, of daarmede water te verwarmen, voordeelig voor de voeding des ketels of voor de aanvulling van het daaruit verstoomde water. § 70. Het herkennen van de spanning, waarmede de stoom in den cilinder valt, geschiedt op eenen daarbij geplaatsten stoommeter; de stoommeter wijst altijd de spanning boven den bestaanden druk des dampkrings aan, zoodat men bij die aanwijzing, gemiddeld 103.3 Ned. looden moet tellen, om de totale spanning, welke binnen den ketel bestaat, te kennen. Hoeveel de stoom vervolgens in den cilinder ontspant, kan ontdekt worden, door aan de stoomschuif de vereischte beweging in verband met die des zuigers te geven, en daarbij op te merken, op welk gedeelte van den zuigerslag de stoomafsluiting plaats vindt, of de ontspanning aanvangt[6].