← Table of contents
Verklaring van het stoomwerktuig

§ 41.

D. van den Bosch translation

Al de pompstangen, waarover wij gesproken hebben, zoowel als de zuigerstang des stoomcilinders, bewegen op en neder, wij zullen thans verklaren op welke wijze zulks zamenhangt. Eene ijzeren balans A B fig. 1, rust en beweegt zich op eene as C boven op de kolom D, aan welke eene goede en stevige fondatie gegeven is. Deze balans, is met de minste verspilling van ijzer, den sterksten vorm gegeven, en daaraan zijn de stangen gekoppeld van stoom-zuiger en andere pompen, zoodat het rijzen en dalen van de stoom-zuigerstang, eene overeenkomstige rijzing en daling van alle andere zuigerstangen bewerkt.

Onderstellen wij, dat de stoom-zuigerstang aan het balanseinde A verbonden is, dan is het klaar, dat telkens, als die zuigerstang op- en nedergaat, het uiteinde A, van de balans eenen cirkelboog zal beschrijven, waarvan C het middelpunt is. De top van de zuigerstang zal in dat geval in geene regte maar in eene kromme lijn moeten volgen, en dus van de eene naar de andere zijde overgaan, hetwelk zoude veroorzaken, dat die stang daar, waar zij door de pakkingbos van het cilinderdeksels loopt, heen en weder daarin drukte of klemde en eene verderfelijke slijting daarstelde. Hetzelfde zou het geval zijn met de stang van den luchtpompzuiger; en de voeringen der pakkingbossen zouden dus daardoor zeer veel uitslijten. Ten einde dit gebrek te verhelpen of te voorkomen, heeft men gebruik gemaakt van eenen zeer vernuftig uitgedachten toestel, die de parallelle of evenwijdige beweging genoemd wordt, en waardoor aan den stoomzuiger en aan andere pompstangen, op zeer weinig na, eene regtopgaande beweging, zonder hinderlijke afwijking naar de eene of andere zijde, wordt medegedeeld.

In dit werkje kunnen wij slechts de volgende, voor ieder bevattelijk algemeene verklaring, van gezegde evenwijdige beweging geven.

Met het uiteinde A, van de balans A B, fig. 1, zijn een paar stroppen A G verbonden, zoo ook op de middellijn tusschen A en C een ander paar stroppen, E F, van gelijke lengte als de eerste. Deze stroppen zijn benedenwaarts door een paar roeden F M aan elkander verbonden, welke roeden weder gelijk in lengte zijn aan den afstand van A tot E op de balans; een ander paar roeden, welke in lengte gelijk zijn aan de roeden F M, is vervolgens, aan het eene einde bij F en aan het andere einde bij H, mede beweegbaar vereenigd, en wel bij H, met de vaste stelling, waarin de gansche machine is besloten.

De balans A B beweegbaar zijnde, zoo wordt men bij het nagaan dezer koppeling van stroppen en roeden gewaar, dat er twee vaste aspunten zijn C en H, zijnde C het aspunt, waarom de punten A en E der balans bewegen en H het aspunt waarom het punt F beweegt. Dit vooraf goed opgemerkt hebbende, onderstelle men, dat de stoomzuiger in top staat, waarbij de balans den stand heeft, die op de afbeelding wordt voorgesteld. Wanneer de zuiger nu naar beneden gaat, dan beschrijft het punt F, om het vaste aspunt H, eenen boog, die betrekkelijk het punt H naar buiten (of naar de linkerhand) uitwijkt; terwijl het punt E, om het vaste aspunt C, eenen boog naar den tegenovergestelden kant (de regterhand) beschrijft. Daar nu het paar stroppen E F deze twee punten, die eenen cirkelboog beschrijven, met elkander verbindt, zoo zal het eene einde E regts van de loodlijn bewegen, terwijl het andere F even zoo veel links van dezelve bewogen wordt, deze stroppen zullen dus, gedurende de op- en neder beweging van den balansarm A C, eene afwisselende hellende beweging aannemen.

Door de volgende figuur, die eene voorstelling in zoogenaamde werklijnen van de parallelle beweging geeft, met aandacht na te gaan, zal het leiden van stoom- en luchtpompzuigerstangen in eene regte lijn verder verduidelijkt worden.

De parallelle beweging
De parallelle beweging

Zij C het vaste aspunt van de op- en neder bewegende balans, en C A de rigting van dezelve bij hoogsten zuigerstand; E F is het paar stroppen, waaraan bij Y de luchtpompzuigerstang, en A G het paar stroppen van gelijke lengte, waaraan bij G de stang van den stoomzuiger verbonden is, F G in de parallel koppelroede aan de lengte A E gelijk, en welke de zoo evengenoemde stroppen bij F en G verbindt. Nu is het koppelpunt F beweegbaar verbonden met de parallel straalroede F H, welke om het vaste punt H kan draaijen; deze straalroede is in lengte gelijk aan de parallel koppelroede. Dat men zich nu verbeelde, dat de balansarm C A benedenwaarts beweegt, dan zal het punt E van denzelven, in e komende, eenen boog beschreven hebben, die hier naar de regterhand uitwijkt, en het punt F der straalroede F H zal mede eenen boog beschrijven, doch welke naar de linkerhand uitwijkt; daar nu in dit voorbeeld het punt E op de halve lengte van den balansarm genomen is, en daarom C E gelijk aan de lengte der straalroede F H is, zoo zullen de uitwijkingen der bogen, hoewel in tegenovergestelden zin, even groot zijn; er moet dus op het paar stroppen E F een punt bestaan, dat weinig afwijking van de loodlijn ll ondergaat, dit punt is in Y en wel op het midden van die stroppen; het is daaraan, dat men de luchtpompzuigerstang verbindt, om op zeer weinig na, in eene regte lijn op en neder te bewegen, zegge op zeer weinig na, omdat daarbij een gering verschil bestaat, doch hetwelk in de praktijk geen' invloed heeft. De stoomzuigerstang, die hier op den dubbelen afstand van het aspunt C met de balans gekoppeld is, beschrijft met dat balanseinde eenen boog, welks afwijking het dubbel van de voorgaande bogen is, daarom wordt deze stang in G verbonden, op het uiteinde van het paar stroppen A G, die met het uiteinde F van het paar stroppen E F vereenigd zijn, door middel van de parallel koppelroede F G; alzoo zal de stoomzuigerstang mede zeer nabij in eene evenwijdige loodlijn ss op en neder bewegen. De rigting van de balans bij laagsten zuigerstand is door de gestipte lijn C a aangewezen, alsmede de overeenkomstige standen van luchtpomp en stoomzuiger parallel stroppen e f en a g, de parallel koppelroede f g en de parallel straalroede f H, terwijl ij het koppelpunt voor de luchtpompzuigerstang en g dat des stoomzuigers is; overigens is l l de lijn, welke de luchtpompzuigerstang en s s die, welke de stoomzuigerstang bewegende volgt.

Nu fig. 1 weder beschouwende dan ziet men, dat de tegenovergestelde balansarm B C, eene verbindingroede B W houdt, waarvan het ondereinde met eene kruk is vereenigd, die op de as van een groot vliegwiel bevestigd is; door het op- en nedergaan van dezen balansarm zal de verbindingroede B W die kruk en bijgevolg het vliegwiel kunnen omvoeren; welke beweging, door de belangrijke zwaarte, welke aan het vliegwiel gegeven is, zeer gelijkmatig zal zijn; terwijl bij de keerpunten, dat is bij de top- en bodemstanden van den stoomzuiger, eene zachte overgang van beweging hierdoor plaats vindt.

Thans vermeenen wij de voornaamste deelen, van het stoomwerktuig aangewezen te hebben, zoodat wij tot het meer bijzondere kunnen overgaan. Ten einde dit doel beter te bereiken, zullen wij, om duidelijk te zijn, een en ander van het reeds verklaarde in het kort herhalen, opdat datgene, wat tot dus verre is bijgebragt, beter in het geheugen blijve, en de vereenigde werking vervolgens door onze lezers goed verstaan worde.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings