§ 44.
D. van den Bosch translation
Om nu de werking van het vliegwiel te verklaren, moet men op het volgende bijzonder acht geven. Wanneer namelijk twee ligchamen in beweging zijn, van hetwelk het gewigt van het eene A, gelijk is aan dat van het andere B, terwijl beiden eene snelheid van eenen voet wegs in de minuut hebben, dan zal er even veel kracht vereischt worden om het eene als om het andere tegen te houden. Zoo echter het gewigt van het eene ligchaam A twee ponden is, en het andere B slechts een pond weegt, terwijl de snelheid van beide dezelfde is, dan zal men de dubbele kracht, die men aan het ligchaam B besteedt, noodig hebben, om het ligchaam A tegen te houden. Indien het ligchaam A driemalen het gewigt hadde van het ligchaam B, dan zou er bij het stoppen van het eerste eene drievoudige kracht vereischt worden,—en zoo naar evenredigheid. Wanneer nogtans de gewigten van beide dezelfde bleven, doch de snelheid van A het dubbele werd van die van B, dan zou er eene dubbele kracht vereischt worden, om A, dan wel om B tegen te houden; en zoo A driemalen de snelheid van B had, dan zou de kracht, om A te stoppen, ook driemalen zoo groot moeten zijn. De werktuigelijke uitwerking, of het zoogenaamd moment van het in beweging zijnde ligchaam, hangt derhalve af van het gewigt en van de snelheid: zoodat een ligchaam A, van het dubbele gewigt als een ander B, en met de tweevoudige snelheid voortgaande, eene viervoudige uitwerking of momentum (hoeveelheid van beweging) uitoefent; of, met andere woorden, eene vierdubbele kracht vereischt, om tegengehouden te worden, dan wel tot het ophouden van B noodig is.
Daar nu het vliegwiel een aanmerkelijk gewigt heeft, en door de kruk wordt in beweging gezet, zoo zal er eene zeer vermogende kracht vereischt worden om deszelfs beweging tegen te houden of te stoppen. De onregelmatige drukking, welke de kruk van het vliegwiel ter omvoering mogt ondergaan, wordt overwonnen door de inertie van het vliegwiel, zoodat de ongelijkheden der beweging door de gelijkmatigheid in gang van het vliegwiel worden verholpen, alzoo bij de keerpunten van den stoomzuiger het vliegwiel evenwel deszelfs gelijkmatige beweging volgt en gevolglijk de kruk van deszelfs as, boven en beneden doet doorgaan. Wel wordt er eene aanmerkelijke krachtuitoefening van den zuiger vereischt, om het vliegwiel eerst in gang te zetten; doch eenmaal in beweging zijnde, is er ook slechts eene geringe kracht noodig, om die ronddraaijende beweging te onderhouden; het vliegwiel kan men beschouwen als een' ontvanger van ongelijkmatige beurtelings werkende kracht, doch ook als een' gelijkmatigen verspreider van dezelve.
Wij hebben gezegd, dat, bijaldien het vliegwiel eenmaal aan den gang gebragt is, er verder zeer weinige kracht vereischt wordt, om die beweging te onderhouden; dit zoo in het oog loopende voordeel bij het gebruik van een vliegwiel, heeft velen in den waan gebragt, dat dit middel als eene bron van kracht te beschouwen is; doch zulks is geheel en al onjuist. In het vliegwiel wordt, om zoo te spreken, de hoeveelheid van beweging van eenig deel, slechts opgegaard, om aan een ander gedeelte eenparig af te geven, waardoor de onregelmatigheden of stootingen in het werktuig worden voorkomen. Het vliegwiel moet derhalve slechts als eenen regulateur van kracht beschouwd worden, en is dus, even als alle andere werktuigelijke toestellen, alleen een middel, om de kracht regelmatig te onderhouden, en geenszins, om die te vergrooten.