← Table of contents
Verklaring van het stoomwerktuig

§ 38.

D. van den Bosch translation

Daar er onderscheidene inrigtingen bestaan, waardoor de regelmatige toelating van den stoom boven en onder den zuiger, en derzelver afvloeijing naar den condensor, wordt bewerkt, zoo bevatten de beide volgende figuren slechts algemeene schetsen daarvan, slechts geschikt voor de hier bedoelde betrekkelijke verklaring.

Figuren 8 en 9. Figuur 8 stelt een stoomcilinder met zuiger in lage stand voor; Figuur 9 stelt een stoomcilinder met zuiger in de hoge stand voor.
Figuren 8 en 9. Figuur 8 stelt een stoomcilinder met zuiger in lage stand voor; Figuur 9 stelt een stoomcilinder met zuiger in de hoge stand voor.

In de figuren 8 en 9, verbeeldt O den stoomcilinder met ingevallen zuiger; door het deksel van denzelven, moet men de zuigerstang in eene pakkingbos vrijelijk beweegbaar denken, zonder doorlating van stoom of lucht; aan den cilinder is eene kast verbonden, die overlangs door een middenschot is verdeeld; bij S is eene opening, waardoor de stoom toevloeit, die door de vroeger beschrevene smoorklep is gelaten; het naast aan den cilinder gelegen halfdeel van deze kast, ontvangt alzoo het eerst den, door de opening S toevloeijenden, stoom. Maar in dit zelfde kastdeel sluiten twee stukken of kleine zuigers A en B, die door middel van eene stang aan elkander zijn verbonden, en alzoo te zamen, naar eene bepaalde maat, op en neder beweegbaar zijn, om de boven of beneden stoomdoortogt, bij A en B te kunnen openen of sluiten, derwijze: dat bij het geopend zijn van den boven stoomdoortogt bij A, voor toevoer van stoom in den cilinder, de beneden stoomdoortogt bij B, daarvoor gesloten is, en omgekeerd; de stoom die door de opening S vloeit, staat dus in de ruimte D, tegen de kleine zuigers A en B aan, gereed om, naar gelang den stand dier zaamverbondene zuigers, boven of onder in den cilinder te vallen.

Het andere, door het middenschot afgescheidene deel dezer kast moet men zich voorstellen, dat bij C, gemeenschap heeft met eenen afgezonderden condensor, en waarin, gelijk boven gezegd is, door eene kraan, injectiekraan genoemd, koud water stroomt, dus geschikt, om den stoom te condenseren of te verdikken; zoo toegesteld; blijkt het uit de figuren, dat de stoom, die naar het inwendige van den cilinder O vloeit, altijd met de binnenvlakten der kleine zuigers A en B in aanraking is, terwijl de condensorruimte in de kast altijd met de buitenvlakten bij N N, dier beide zuigers, gemeenschap heeft. Deze aaneengekoppelde kleine zuigers noemt men te zamen, stoomschuif, en om dezelve te bewegen, moet men zich eene daaraan verbondene stang denken, die door eene pakkingbos, door den bodem of top van de kast gaat, waarin de stoomschuif is besloten; (hier in de figuur niet afgebeeld) vervolgens is het naar dit voorbeeld eene hoofdvereischte, dat de stoomschuif rondom volmaakt in dat kastdeel sluit, opdat geen stoom gedurende deszelfs beweging doordringe.

Daar de uiterste afstand van den boven tot den beneden stoomdoortogt, bij A en B, gelijk is aan de uiterste lengte van de verklaarde stoomschuif, en de kleine zuigers, die de sluiting te weeg brengen, nimmer minder hoogte houden dan gezegde doortogten, zoo volgt, gelijk ook uit de figuren op te maken is: dat de stoomvloeijing in den cilinder nimmer door de beide stoomdoortogten te gelijk kan geschieden, maar, of alleen boven, of alleen onder den zuiger; in fig. 8 is de stoomschuif gesteld voor toelating van stoom onder den zuiger, en in fig. 9 voor stoom toevloeijing op den zuiger. Even zoo kan nimmer de condensorruimte van eene zoo toegestelde stoomschuif gelijktijdig gemeenschap hebben met het inwendige des cilinders boven en onder den zuiger, maar wel alleen boven of alleen onder. Het blijkt vervolgens uit de figuren duidelijk, dat terwijl de stoom boven op den zuiger vloeit, om dien naar beneden te drukken, de stoom vanonder den zuiger eenen uitweg naar de condensor vindt, en omgekeerd: terwijl de stoom onder den zuiger vloeit, wordt aan de stoomafvloeijing, van boven den zuiger naar den condensor, gelegenheid gegeven; waaruit dan na weinig overweging te begrijpen is, hoe de beurtelingsche toe- en afvloeijing van stoom naar en van den zuiger, door de stoomschuif behoorlijk op en neder te bewegen, kan geschieden; en volgens hetgeen wij later zullen zeggen, over de bewegingswijze van de stoomschuif door de machine zelve: dat men de meest mogelijke regelmaat in krachtsuitoefening daarmede zal kunnen verkrijgen[3].

In de figuren 8 en 9, is alleen ruim de hoogste en laagste stand van de stoomschuif, met den hoogsten en laagsten stand des stoomzuigers afgebeeld, dus geenzins de stoomschuif-standen, die met den hoogsten en laagsten zuigerstand overeenkomen; want bij het in beweging houden van de stoomschuif door de machine zelve, moet bij hoogsten zuigerstand de stoomschuif juist maar gereed staan, om stoom op den zuiger toe te laten, terwijl de stoom van onder denzelven; reeds uitgang naar den condensor vindt; zoo ook moet bij laagste zuigerstand de stoomschuif aanvangen, om stoom onder den zuiger te doen vloeijen, terwijl voor uitvloeijing van stoom, van boven den zuiger naar den condensor, reeds gelegenheid bestaat.

De stoomschuif is derhalve, om zoo te spreken, de ziel of het hart van de geheele machinerie, en is dus dat gedeelte van den toestel, hetwelk aan andere deelen leven geeft.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings