§ 42.
D. van den Bosch translation
De stoom ontwikkelt zich, in den ketel, die te dien einde met de onderscheidene toestellen ter regeling voorzien is. De schoorsteenregister of demper om het vuur te regelen, bestaat uit eene plaat, die in eene sponning schuift, waardoor de opening, door welke de heete lucht en de rook zich door den schoorsteen ontlasten, meer of minder gesloten wordt, en bij gevolg de trekking van het vuur vermeerdert of vermindert. Deze demper geeft mindere opening door het rijzen, en meerdere opening voor rookdoortogt, door het dalen van eenen drijver op het ketelwater, hetwelk in eene opstaande buis, door de spanning des stooms opgedrukt wordt, zoodaniger wijze, dat wanneer de stoom in spanning toeneemt, de drijver in de buis rijst en den demper daalt, waardoor dan de schoorsteenopening kleiner wordt; tegenovergesteld zal bij vermindering van stoomspanning de drijver dalen, en bij gevolg de demper rijzen, of de opening zich vergrooten. De stoomspanning binnen den ketel onveranderd blijvende, zal ook de schoorsteenopening door den demper geene verandering ondergaan, en bij gevolg het vuur met gelijk vermogen branden, maar wanneer de stoomspanning vermindert, dan zal, door het grooter worden der opening door den demper, het vuur door de vermeerderde trekking meer aanwakkeren, en den stoom weder in spanning doen rijzen.
Vervolgens heeft men het voedingstoestel, waardoor het water, dat uit den ketel verstoomt, weder wordt aangevuld. Zoo als vroeger beschreven is, werkt deze toestel ook door middel van een drijver, die met eene klep in verband staat. Wanneer deze drijver tot op een zeker punt daalt, dan opent zich de klep, waardoor water in den ketel vloeit, tot dat de vereischt wordende hoeveelheid aanwezig is, waardoor de drijver tevens rijst, zoo doende de klep weder sluit, en de toevloeijing van water doet ophouden.
Ook is de ketel voorzien van een of twee veiligheidkleppen, welke zich openen, zoo ras de spankracht van den stoom te sterk wordt, ten einde de stoom in de opene lucht te ontlasten, opdat de ketel niet meer lijdt dan noodig is. In den top des ketels bestaat nog eene kleine klep, luchtklep genaamd, die zich in tegenovergestelden zin van de veiligheidskleppen opent, dat is naar binnen; en die dient, om, wanneer door verkoeling als anderzins eene mindere spanning dan de druk des dampkrings in den ketel ontstaat, lucht in dezelve toe te laten, daar een plotselinge uitwendige druk op den ketel schade daaraan zoude kunnen toebrengen.
Ten dienste van vuurstoker of bestuurder van het werktuig, bestaan nog twee peilkranen, geschikt voor dadelijk onderzoek naar den waterstand binnen den ketel, ingeval men twijfelen mogt, dat het zich zelf regulerende voedingtoestel niet behoorlijk werkte.
De stoom stroomt door de stoomleibuis I (zie de fig. van § 19) in den cilinder; deze buis moet men met de monding A in fig. 1 vereenigd denken, in welke ronde monding de smoorklep, in bijna gesloten stand, tevens aangewezen staat; de smoorklep, waardoor de toevoer van den stoom naar den cilinder in eenen bepaalden tijd geregeld wordt, ziet men insgelijks bij A aangetoond. Deze klep bestaat uit eene schijf, die op eene spil, welke door het midden van de monding heenloopt, door middel van eene kruk beweegbaar is, en open of digt gedraaid kan worden, of wel gedeeltelijk gesloten, om de doorvloeijing van den stoom meer of min te verhinderen.
De kruk van de smoorklep moet men denken verbonden te zijn met den in § 30 beschrevenen regulateur; die verbindingswijze is in de onderhavige figuur voorbedachtelijk weggelaten, ten einde verwarring te voorkomen. De kogels tot de opstaande spil des regulateurs naderende, zal de smoorklep vrijen doortogt aan den stoom geven, doch wanneer de kogels zich daarvan verwijderen, dan zal de smoorklep zoodanig gedraaid staan, dat de doortogt van den stoom verhindering ondervindt; de onderlinge afstand der kogels afhankelijk zijnde van de snelheid der beweging, zoo wordt door de verbinding met de smoorklep, de snelheid geregeld door eene evenredige toelating van stoom naar den stoomzuiger. Het koniek (kegelvormig) tandrad waarmede de opstaande spil van den regulateur aan het ondereinde voorzien is, grijpt in een ander gelijksoortig tandrad, op welks as eene ronde schijf is bevestigd, waarover eene riem, band of pees is geslagen, die insgelijks eene andere schijf gespannen omvat, waarmede de as van het vliegwiel is voorzien; zoodanige band is daarvoor bij derzelver einde aan elkander vereenigd, even als met de pees van eene gewone draaibank plaats vindt. De vliegwielas omwentelende, geeft door dat middel tevens eene omdraaijende beweging aan de spil des regulateurs; zoodat de meerdere of mindere snelheid, welke het vliegwiel aanneemt, door den regulateur gevolgd wordt.
Hoe sneller bij gevolg het vliegwiel rondwentelt des te sneller draait ook de regulateur rond, waarbij de kogels zich weer van de spil verwijderen, en hierdoor eene overeenkomstige verandering in den stand van de smoorklep, bij A fig. 1 aangewezen, veroorzaakt; zoodat iedere verandering in snelheid van het vliegwiel de stelling van den smoorklep daarna wijzigt. De lezer zal hierbij gemakkelijk kunnen opmerken hoe eene versnelling in de beweging van het werktuig' boven den vereischt wordenden gang, weder afneemt, daar de smoorklep dan naar gelang sluit, en de hoeveelheid stoom in den cilinder doet verminderen, waardoor de snelheid van het werktuig vertraagt; de kogels door vertraging van beweging nader bij de spil vallende, zal de smoorklep meer geopend en meer stoom ingelaten worden, hetwelk eenen versnelden gang ten gevolge heeft.
De stoom, langs de smoorklep gevloeid, valt in de stoomschuifkast. Onze afbeelding op fig. 1 is op eene te kleine schaal, om de zamenstelling van alle deelen behoorlijk te kunnen aantoonen; doch door het nagaan van de afzonderlijke beschrijving, boven gegeven, zal men het een en ander volledig kunnen begrijpen. In deze afbeelding wordt de stang, waaraan de zaamgestelde stoomschuif bevestigd is, door B aangewezen; deze stang is, op en neer beweegbaar, door eene stoom- en luchtdigte pakkingbos in het bovendeel der stoomschuifkast geplaatst, waardoor de stoomschuif de stoomdoortogten naar den cilinder beurtelings opent en sluit.