§ 66.
D. van den Bosch translation
De stoom heeft nog eene algemeene eigenschap, welke hier vermeld moet worden, namelijk: dat hetzelfde gewigt stoom, onverschillig van welke spanning, altijd dezelfde hoeveelheid warmte inhoudt; of anders gezegd, (daar het gewigt van den stoom het gewigt van deszelfs bestanddeel water is) dat een zelfde gewigt water altijd dezelfde hoeveelheid warmte noodig heeft, om in stoom over te gaan, onverschillig van welke spanning; bij voorbeeld: Een Ned. pond water levert 1385 kubieke palmen stoom, op de spanning, die volgens § 54 voor machinen van lagen druk, gebruikelijk is, op den thermometer 224 graden teekenende; de noodige warmte voor die overgang in stoom is nu gelijk aan die, welke vereischt wordt, om evenveel water in stoom van dubbele spanning te doen overgaan, niettegenstaande deze laatste hooger temperatuur op den thermometer teekent. Een Ned. pond water zal alzoo leveren 735 kubieke palmen stoom op 2 maal 129 of 258 Ned. looden (de dampkringsdruk daaronder begrepen) gespannen, terwijl de thermometer daarin 263.8 graden zal aanwijzen; het onderscheid bestaat dus alleen hierin, dat namelijk: gelijk gewigt hooger gespannen stoom minder uitgebreidheid bezit, en dat in hooger gespannen stoom minder warmte verborgen is, (zie § 5) waardoor meer warmte wordt vrijgelaten, en de thermometer alzoo hooger wijst. Uit dit voorbeeld ziet men tevens, overeenkomstig hetgeen vroeger gezegd is, dat dubbel gespannen stoom een weinig meer dan de halve volume van den eersten beslaat.
Voor eenen stoomcilinder, waarin een zuiger van 57 Ned. duimen middellijn met 114 Ned. duimen slaglengte werkt, en welke zuiger 26 dubbele slagen in eene minuut volbrengt, zal volgens § 56 in een uur tijds 936 kubieke ellen stoom ter geheele vulling noodig zijn; nu hebben wij in § 63 gezien, dat wanneer die cilinder tot drie vierde van den zuigerslag met stoom op 129 Ned. looden, dat is: 25.7 Ned. looden, boven den gemidd. dampkringsdruk gespannen, gevuld is, deze door ontspanning eenen gemiddelden druk tegen den zuiger zal uitoefenen van 115.9 Ned. looden; en volgens § 65 dat de zuiger dien zelfden gemiddelden druk zal ondergaan, wanneer men den cilinder slechts tot een vierde deel van den zuigerslag met hooger gespannen stoom voorziet, en wel op 99.8 Ned. looden boven den gemidd. dampkringsdruk; men heeft dan voor het eerste geval 702 kubieke ellen stoom van lagen druk per uur noodig, en voor het tweede geval slechts 234 kubieke ellen hooger gespannen stoom of stoom van zoogenaamden middelbaren druk, terwijl in beide gevallen de zuiger gelijken gemiddelden druk ondergaat. Nu is het gewigt van 702 kubieke ellen zoo gespannen stoom van lagen druk (72-1/4 Ned. looden per kubieke el) 507-2/10 Ned. ponden, en van 234 kubieke ellen zoo gespannen stoom van middelbaren druk, (109-1/2 Ned. looden per kubieke el) 256-1/4 Ned. ponden; derhalve heeft men in het laatste geval voor de daarstelling van een zelfde druk vermogen op den zuiger, weinig meer dan het halve gewigt water noodig, om in stoom te doen overgaan, terwijl die gelijkheid in vermogen, alleen door de belangrijke meerdere stoomontspanning wordt te weeg gebragt.