Suzanne Desprès.
J. H. van der Hoeven translation
Een groote, zeer groote tooneelspeelster, met begrip van haar kunst. Zij weet zich in elke rol geheel in te leven en beschikt behalve over vele natuurlijke gaven over een zeer persoonlijk talent.
Niettegenstaande haar talrijke successen, zoowel in de "Comédie Française", het "Odéon", de "Vaudeville" als in het "Théâtre Antoine" is het haar toch nooit mogen gelukken de ster van een vast gezelschap te worden of een duurzame plaats in het hart der Parijzenaars in te nemen. Met evenveel aanleg als Mmes Bartet, Segond-Wéber en Réjane wordt Suzanne Desprès te Parijs slechts voor bepaalde rollen geëngageerd.
Ook in haar vertolking van Racine's "Phèdre" heeft zij bewijs gegeven van haar goed begrip en van een persoonlijke opvatting, toch mist zij zoo goed als alles voor een klassieke stijlvolle uitbeelding.
Overtuigd dat haar talent in Duitschland gewaardeerd zou worden, engageerde ik haar voor één mijner tournées door de Bondstaten. Ik vergiste mij niet, want haar succes nam toe, waar zij ook optrad. In het eerst waren de Duitschers eenigszins verbaasd een Parijsche actrice te zien spelen, met zoo weinig "mondaine elegance". Daarna verheugden zij zich, dat haar spel zoo frappant op dat van hun eigen geliefde tooneelspeelsters geleek. Een bekend kritikus van één der Berlijnsche bladen schreef: Deze Parisienne had even goed aan de Spree geboren kunnen zijn!
Wat vooràl in Suzanne Desprès aantrekt, is haar vroolijk humeur, niettegenstaande haar uiterlijk iets melankolieks over zich heeft. Zij is bovendien een onderhoudende reismakker, die niet spoedig tegen vermoeienis opziet. Bevriend met en bezorgd voor haar reisgenooten, leeft zij met hen op voet van gelijkheid zonder zich op haar "étoile en vedette" ook maar het minst te laten voorstaan. Dochter van een treinmachinist van den Oosterspoorweg is zij een echte Parijsche "gamine" gebleven, voelt zich daarbij in elke omgeving thuis en op haar gemak. Haar aangeboren "esprit" van kind uit het volk zonder school en opleiding verlaat haar nooit, terwijl zij haar kennis door energie en eigen studie verworven heeft. Openhartig en zonder omwegen komt zij steeds voor haar meening uit en wie haar heeft leeren kennen zooals ik, weet dat er steeds staat op haar te maken valt. Vandaar dat ik aan Suzanne Desprès mijn beste herinneringen bewaar.
Nadat mijn bewerking van Björnson's "Faillissement" in het Théâter-Antoine was opgevoerd, wist ik haar ook voor Ibsen te winnen.
Door haar vertolking van "Nora" heeft zij veel tot de bekendheid met de Scandinavische tooneel-literatuur te Parijs bijgedragen. Haar vertolking van "Nora" toont over het geheel overeenkomst met die van Eleonora Duse en staat dan ook zeer hoog.
Met de "Roode Toga" van Brieux begonnen wij onze tournée in het Schauspielhaus te Dresden. Haar Yanetta werd om strijd geprezen.
Den volgenden avond had zij een even groot succès met "Le Détour" van Bernstein (hier te lande bekend onder de titel "Langs een Omweg"), hoewel de zaal toen minder goed bezet was.
Van Dresden begaven wij ons naar Praag, waar wij oorspronkelijk "Nora" zouden geven. De vrouw van den directeur van het Stadt-theater had deze rol hier reeds verscheidene malen gespeeld en verzette zich tegen de opvoering. Daarom waren wij genoodzaakt "Le Détour" aan te kondigen. Van Praag reisden wij naar Dresden, waar Suzanne Desprès in het Opernhaus optrad om vervolgens te Hamburg een serie voorstellingen te geven in het Thalia Théâter van "La Robe Rouge", "Nora", "La Fille Elise", "Poil de Carotte" en "Denise".
Dank zij mijn persoonlijke relaties gelukte het mij om bij de eerste voorstelling te Berlijn in het "Neues Theater" het bezoek van den Keizer te kunnen aankondigen. De affiches werden met den keizerlijken adelaar bedrukt, benevens de speciale vermelding: Auf allerhöchstes Befehl. Tegen mijn verwachting had de keizer te kennen gegeven een klassieke voorstelling te willen bijwonen en daartoe werd Racine's "Phèdre" uitgekozen.
Zooals ik dat voorzien had, was deze vertooning lang niet vlekkeloos.
De Keizer ontbood mij in zijn loge, onderhield zich een tijdlang met mij over de vertolking van dit meesterwerk, waarop hij slechts tegen had: het vulgaire, weinig waardige van het gegeven.
Ik verzocht toen Zijn Majesteit een andere voorstelling bij te wonen van een modern stuk om zich een definitieve meening aangaande Suzanne Desprès en haar gezelschap te vormen. De keizer besloot "La Robe rouge", dat vijf dagen later vertoond zou worden te komen zien, waarin volgens mijn meening Suzanne zich van haar beste zijde deed kennen. Niettegenstaande het geringe succès van "Phèdre", maakten we volle zalen met "Nora," "Le Détour" en met "L'Ainée" van Jules Lemaître. Met "La Gioconda" van d'Annunzio werd slechts twee duizend francs gemaakt. Iedereen wilde de herinnering aan Eleonora Duse onaangetast laten, die in deze rol te Berlijn haar grootste triumphen had gevierd. Overigens was de tegenwoordigheid van den Keizer bij de eerste voorstelling voldoende geweest om den schouwburg te vullen. Evenals te Londen beschouwt men te Berlijn het als een hulde aan het vorstenhuis om zich bij zulk een vertooning te gaan amuseeren of ... vervelen, wanneer het hoofd van Staat den schouwburg met zijn bezoek vereert.
Den zesden dag van ons verblijf te Berlijn gaven wij "La Robe Rouge" wederom op "hoog bevel." De keizer verscheen op de minuut van het aangegeven uur af, vergezeld van de keizerin, de kroonprins en -prinses, prins Eitel-Friedrich en de geheele hofhouding in gala. Ditmaal viel er op de voorstelling niets te zeggen. Suzanne Desprès overtrof zich zelf en speelde met een vuur, een bezieling, die iedereen onder haar suggestie bracht. De keizer was er zeer over voldaan en verzocht mij Suzanne Desprès aan hem voor te stellen. Ik ging haar terstond opzoeken.
—Suzanne, de keizer ontbiedt je om je te complimenteeren. Ik kom je op zijn verzoek halen. Ga vlug mee.
—De keizer? Moet ik gaan?
—Natuurlijk, vraag je dat nog?
—Ja wel, maar ik heb nog nooit met een vorst gesproken. Ik weet niet hoe ik mij voor moet stellen, hem begroeten, noch wat ik zeggen moet.
—Toon je gewoon zooals je altijd bent en antwoordt hem, zooals je een gewoon sterveling zoudt antwoorden. Wees je zelf, dat lukt steeds het best.
Niet weinig ontroerd neemt zij mijn arm en ik begeleid haar naar de keizerlijke loge.
De keizer wacht haar op, loopt haar tegemoet en zegt haar, terwijl hij haar de hand reikt.
—Mevrouw, U hebt uw rol verrukkelijk gespeeld, als een groot artiest. Ik mocht haar reeds van Mme Réjane eenmaal bijwonen. Ook de keizerin is sterk onder den indruk en verheugt zich over het succes, dat u zoo waardig verdiend hebt.
Daarop onderhield zich de keizer nog een tijdlang over de verschillende groote Parijsche artiesten, die hij reeds gezien had en die hij zeer bewondert, over litteratuur en over tooneel, waarbij hij het betreurde, dat in den laatsten tijd de stukken zoo vulgair werden.
—Wat een volk noodig heeft zijn edele en verheven gevoelens. Het dagelijksch leven is reeds genoegzaam plat en weinig verheffend om dat nog eens opnieuw op de planken gade te slaan. Ik houd dààrom zoo van uw klassieken, omdat zij verheven gevoelens bij ons opwekken, omdat zij den goeden smaak bevorderen en tot daden van zelfopoffering en moed prikkelen. Het is mij steeds zeer aangenaam, wanneer uw artiesten mijn hoofdstad bezoeken en mijn volk met die werken in kennis brengen, die uw litteratuur tot eer strekken. Men zal hier nooit genoeg Corneille en Racine bewonderen en ik voel mij gelukkig tot hun succes door mijn tegenwoordigheid en belangstelling bij te dragen.
Na deze voor Frankrijk vleiende bekentenis sprak de keizer nog enkele minuten over eenige boulevard-artiesten, die hij had zien spelen en schepte veel vermaak in de antwoorden van Suzanne, die zonder op de etikette acht te slaan, meedeelde hoe zij over hen dacht.
Om de pauze niet langer te rekken, stak de keizer haar opnieuw de hand toe, waarna Suzanne boog en heen ging.
Bij dit onderhoud viel er bij den keizer weinig te bemerken van de militaire stramheid, waaraan de talrijke photo's doen denken. Integendeel, hij lijkt dan veel meer op een vriendelijk, gemoedelijk heer, die zich vroolijk en toeschietelijk toont. Zijn doordringende blauwe oogen lachen u toe, terwijl hij bovendien vloeiend Fransch spreekt zonder accent, hetgeen van het meerendeel zijner landgenooten nu juist niet gezegd kan worden.
De Fransche artiesten hebben steeds bij hem een streepje voor gehad. Sarah Bernhardt, Coquelin, Aîné en Cadet en ook Réjane kunnen hier trouwens over mee spreken.
Na de voorstelling van "Nora" en "Poil de Carotte", bij ons onder den titel "Peenhaar" vertoond, werd Suzanne Desprès te Berlijn uitbundig toegejuicht en in haar loge door verschillende bewonderaars gecomplimenteerd. Onder hen bevond zich een dame, die haar geestdrift nauwelijks bedwingen kon, waarvoor Suzanne Desprès, als elke artiest, zeer gevoelig bleek en haar geroerd bedankte.
Deze dame nam haar een oogenblik terzijde en vroeg toen zacht:
—Nu wij toch eenmaal kennis gemaakt hebben en u mijn bewondering voor uw talent weet, moet u mij eens verklaren, waarom u u in het laatste bedrijf van "Nora" als jongen verkleedt en nog wel één met peenhaar?
De kunstzinnige dame had namelijk "Poil de Carotte" als het vierde bedrijf van "Nora" opgevat.
De désillusie van Suzanne Desprès laat zich na zoo'n vraag begrijpen, hoewel zij er bij zich zelf toch om lachen moest.