← Table of contents
Achter de schermen

Paul Verlaine.

J. H. van der Hoeven translation

Holland heeft steeds ten allen tijde voor de Fransche litteratuur groote belangstelling aan den dag gelegd. Toen de dichter Paul Verlaine in zijn geboorteland nog slechts door een intiemen kring van bewonderaars gewaardeerd werd, werd hij bij het verschijnen van zijn eersten dichtbundel hier te lande reeds door velen naar waarde geschat en begrepen. Men las en genoot zijn gevoelvolle verzen en toen Mr. van Hall en enkele bekende literatoren van ons land een comité wilden vormen om den dichter naar Amsterdam te doen over komen en hem hier te huldigen, toonde men zich terstond bereid daaraan gevolg te geven.

Men noodigde den dichter daarop uit voor een uitgelezen gehoor eenige van zijn laatste gedichten te komen voordragen, doch Paul Verlaine liet weten, dat door een kortgeleden ziekte zijn middelen hem dit niet veroorloofden. Terstond werd hem toen zes honderd francs toegezonden met verzoek den dag en het uur van zijn komst te willen opgeven. Het comité bestaande uit zes heeren had zich naar het station begeven om den dichter plechtstatig te ontvangen, terwijl twee open landauers aan den uitgang de komst van Paul Verlaine verbeidden.

De trein arriveert, de zes heeren snellen naar de wagon eerste klasse.... Niemand!.... Men zoekt de volgende wagons af, alweer zonder resultaat. Men maakt zich reeds vol spijt gereed maar weer heen te gaan. Een slordig uitziend man, in een grijs colbertje met slappen hoed, in zijn rooden zakdoek wat hemden en boorden geknoopt, loopt zoekende het perron af en na zich het zweet van zijn ontblooten schedel geveegd te hebben, roept hij met schorre stem uit.

—Waar zijn die bliksemsche kerels nou, die me zouden opwachten?...

Geheel uit het veld geslagen door de verschijning van dezen ongeschoren, als een zwerver uitzienden man, besluiten enkelen van het comité er stil van door te gaan. Een van de heeren offert zich op, daar hij begrijpt dat men Verlaine, die onze taal natuurlijk niet machtig is, niet aan zijn lot kan overlaten. Hij schiet zijn overjas aan, slaat snel zijn kraag op om zijn witte das te verbergen, neemt Verlaine bij den arm en stopt hem in den hôtelomnibus, terwijl de overige heeren in de gala rijtuigen plaats nemen. Op deze wijze maakte Paul Verlaine zijn entrée te Amsterdam.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings