Reisherinnering aan Havana.
J. H. van der Hoeven translation
Niets is interessanter dan een groote sigarenfabriek te Havana te bezoeken.
In Europa meent men algemeen dat elk bekend merk het eigendom is van den fabrikant. Toch is dat niet zoo. "Henry Clay", "Bock", "Corona", "Cubanas" en een twintigtal andere merken behooren aan één groote Amerikaansche tabaktrust. De benaming en hun handelswaarde verschillen, de tabak is echter steeds dezelfde. Alleen de firma's Upmann en Rodriguez Arguêlles ("Romeo y Julietta") en nog drie of vier andere maken geen deel van deze trust uit, werken voor eigen rekening en hebben een eigen plantage.
Het salaris der werklieden dat door de trust uitbetaald wordt, varieert tusschen de 10 à 200 dollar per 1000 sigaren, dit verschil zit hem voornamelijk in vorm, grootte en kwaliteit der sigaren. De trust levert dagelijksch 4 à 5 honderd duizend sigaren, waarvan zij jaarlijks niet minder dan 120 à 150 millioen exporteert.
De minimale verkoopprijs is 180, de maximale 7500 frs. per mil. Het huis Rodriguez Arguêlles alleen exporteert reeds 20 à 24 millioen sigaren, merk "Romeo y Julietta". Het exportcijfer van Upmann stemt daarmee overeen.
Het fabriceeren dezer sigaren is een ongezond bedrijf en de tuberculose is dan ook epidemisch zoowel onder de arbeiders als arbeidsters. De vrouwen doen niets dan de bladen bereiden, sorteeren en emballeeren, de mannen maken uitsluitend de sigaren. Zij zitten per 200, soms wel 300 in groote ruime lokalen, waar lucht en licht vrij binnenstroomen. Midden in elke zaal staat hoog verheven een leuningstoel voor den voorlezer. Deze wordt door de kameraden hiervoor betaald en leest hardop 's morgens de kranten, 's middags één of anderen roman of novelle.
Toen ik de fabriek van Upmann bezocht, was men bezig den roman van Pierre Decourcelle "Les deux Gosses" voor te lezen.
Deze manier van hardop voorlezen belet het spreken onderling, waardoor de werklieden hun geheele aandacht aan hun bezigheden kunnen wijden.
De misvormde sigaren, dat zijn de slecht gerolde, de te groote of te kleine worden onder de werklui verdeeld, die ze voor een kleinigheid aan de bezoekers afstaan. Ook de patroons zijn zeer scheutig met het schenken van de uitstekende "puros" aan iedereen, die hun magazijnen komt bezoeken, alleen de inboorlingen worden terecht geweerd. Zoo worden jaarlijks aan de vreemdelingen gratis in elke fabriek duizenden rondgedeeld, natuurlijk met het oog op de reclame van het merk.
Toen mijn vrouw, mijn zoontje en ik met de Albingia van de "Nord Deutsche Lloyd" van Cuba weer naar Europa stoomden, waren wij de eenige passagiers, die te Hâvre aan wal stapten, alle anderen gingen door naar Hamburg.
Men bracht onze koffers in de douaneloods, waar zij ingeklaard moesten worden. Dit vooruitzicht bezorgde mij een angstig oogenblik, want ik had niet minder dan duizend Havanna's meegebracht.
Het beste was nog maar ze openlijk aan te geven, toen mij het volgende inviel.
Op de vraag van den chef of ik sigaren bij mij had, antwoordde ik kalm: Jawel en dat is heel dom van mij.
—Hoezoo?
—Ze zijn niet voor mij, want ik rook niet.
Ze zijn bestemd als geschenk voor den minister en nu had ik veel beter gedaan Zijn Excellentie ze direkt van uit Havana aan het Ministerie te zenden.
—Zeker, want dat zou u niets gekost hebben.
—Daarom juist.
—Kent u den minister goed?
—Heel goed. Hij is een vriend van me.
De chef aarzelt een oogenblik, dan haalt hij zijn naamkaartje te voorschijn, geeft het mij en zegt:
—Hier is mijn kaartje. U wilt wel bij gelegenheid aan mij denken. Wat uw sigaren betreft, u kunt beschouwen, dat u ze inderdaad direkt langs den diplomatieken weg verzonden hebt.
Zonder mijn koffers te openen, teekende de chef ze met een kruis en ik kon ongemoeid de reis naar Parijs voortzetten.
Nog steeds denk ik aan dezen goedgeloovigen chef, maar of het hem baten zal, betwijfel ik sterk.