Enrico Caruso.
J. H. van der Hoeven translation
Het tegendeel van Tamagno... Geen groòte stem, maar een bekoorlijke stem. Het prototype van den Italiaanschen tenor, den meester van het "bel canto". Artistiek begaafd weet hij zijn auditorium geheel onder zijn invloed te brengen. Hij voelt wat hij zingt en tusschen hem en het publiek ontstaat van zelf een band, die tegen het einde, waar en in welk land hij ook optreedt, tot het vurigst enthousiasme voert. Hij heeft directeuren en phonografenfabrikanten schatten geld doen verdienen, terwijl hij zelf de duurst betaalde artiest is, die er tot nog toe rondloopt. De Metropolitan Opera Company van New-York heeft hem voor één millioen vast aan zich verbonden. Eén gedeelte der voorstellingen wordt te New-York gegeven, het andere verdeeld over de groote steden van de Vereenigde Staten, gedurende de tournée, die jaarlijks door de M.O.C. gehouden wordt.
De voorstellingen, die dan nog over blijven, worden verdeeld over de groote Europeesche steden. Wanneer Caruso te New-York optreedt, wisselen de ontvangsten algemeen tusschen de 70 à 85 duizend francs. Te Parijs in het "Châtelet" was het gemiddelde 48000 francs. Te Berlijn, Hamburg, Frankfort en Weenen bereiken de recettes ongeveer het zelfde cijfer.
Zijn repertoire bevat in hoofdzaak: Carmen, Faust, Aïda, La Boheme (Puccini), Cavalleria en Paljas. Weinig of geen creaties. Waartoe overigens ook? Het publiek komt niet om de opera, maar om Caruso in zijn romance of bravour-aria te hooren. Als de opera een bedrijf bevat, waarin de beroemde tenor niet meezingt, verlaten de heeren de zaal om in de foyer een sigaar te rooken of voor den schouwburg een luchtje te scheppen, de dames zoeken haar kennissen in de loges op en de stemmen van de overige zangers worden nauwelijks aangehoord. Een lichte ongesteldheid van den grooten Caruso beschouwt men daarginds als een nationale ramp.
Behalve zijn vast inkomen bij de Metropolitan Opera heeft Caruso nog het recht op te treden op particuliere soirées, die hem eveneens een aardig fortuin opleveren.
Gedurende de voorstellingen, die ik in het Broadway Théâter te New-York met het Siciliaansch gezelschap van Mimi Aguglia gaf, sloeg Caruso niet één van de opvoeringen over, tenminste wanneer hij dien avond vrij was. Elken dag kwam hij in het bureau, dat ik in den schouwburg had laten inrichten mij een uurtje gezelschap houden en hield zich dan onledig met het teekenen van caricaturen, waarvan er verscheidene in de Amerikaansche bladen werden opgenomen.
Mijn zoontje vroeg Caruso eens, toen hij weer op bezoek was.
—Is het waar, meneer Caruso wat vader vertelt?
—Wat zegt je vader dan?
—Dat u de mooiste stem hebt van de wereld, en de beste zanger bent, dien hij kent.
—Heb je me dan nog nooit hooren zingen?
—Nee nooit.
—Dan moet je morgen eens naar me komen luisteren. Ik zal je een plaats sturen.
—Dat gaat niet.
—Hoezoo?
—Ik ben eerst acht en ga naar bed als de voorstelling begint.
—En wou je me toch zoo graag hooren zingen?
—Wat graag!..
—Kom dan morgen middag om drie uur in het Waldorf-Astoria hôtel, dan zal ik wat voor je zingen.
Den volgenden dag ging met mij, m'n zoontje zooals afgesproken naar hem toe.
—Jij bent niet geinviteerd, waarde heer. Ik heb het alleen aan je zoontje beloofd. Wil je er bij blijven, kost het je 5000 franc, en nog wel omdat jij het bent.
Ik maakte dat ik weg kwam en ging zoolang de kranten lezen. Mijn zoontje mocht in den leuningstoel plaats nemen en Caruso begon te zingen. Gérard luisterde met volle aandacht. Bij het tweede lied uit "La Tosca" kwamen hem de tranen in de oogen. Hij snelde op den zanger toe, nam zijn hoofd tusschen zijn handen en gaf hem op beide wangen een zoen, terwijl hij uitriep:
—Papa heeft nog niet genoeg gezegd! Het is nog mooier!
Caruso, ontroerd zong toen nog de cavatine uit "Faust" en overhandigde hem een groot portret, waarop hij schreef:
"Aan mijn vriendje Gérard Schürmann, voor de groote artistieke voldoening die hij mij heeft geschonken."
Toen hij met mijn zoontje beneden kwam, weigerde hij mijn dank in ontvangst te nemen.
—Ik ben je veel meèr dank schuldig, want nog nimmer heeft iemand me zoo'n vreugde bereid als je jongen, toen hij mij in zijn ontroering om den hals vloog. Zijn kussen hadden voor mij meer waarde dan de grootste triumphen.
Toen Caruso in Philadelphia zong, kreeg hij een uitnoodiging tegen een fabelachtig honorarium bij een bekend milliardair te komen zingen. Caruso werd in een fraai-ingerichten salon gebracht, waar zich tot zijn verbazing niemand anders bevond, dan de milliardair en een klein hondje. Voor dit "publiek" ving Caruso aan een zijner schoonste aria's te zingen, maar na de eerste tonen begon het hondje woedend te keffen. De milliardair verhief zich nu van zijn zitplaats en zei: "Ik dank u zeer. Thans kunt u ophouden en heengaan—ik wilde slechts weten of Toby ook janken zou, wanneer u zong....!"