← Table of contents
Achter de schermen

Paderewski.

J. H. van der Hoeven translation

Van alle artiesten, die ik sedert dertig jaar door Europa en Amerika heb rondgeleid heeft Ignace Paderewski mij wel het meest getroffen om zijn verregaande belangeloosheid en vrijgevigheid. De beroemde pianist kreeg voor elk concert vijf en twintig honderd francs en dit bedrag scheen zijn voor een groot deel behoeftigen landgenooten meer dan fabelachtig toe.

In elke stad waar hij optrad werd de groote artiest als 't ware met beden om hulp overstelpt. Hij, die slechts naar de ingevingen van zijn medelijdend hart luisterde, schonk vaak de geheele opbrengst van zijn concerten aan zijn arme Polen, in de meening, dat zijn geldbuidel nooit uitgeput raakte.

Eens kreeg ik bezoek van een Pool, die een uur in den wind naar drank en knoflook stonk. Hij toonde mij een briefje van zijn "vriend" Paderewski, waarvan hier de inhoud.

M'n waarde Schürmann.

Brenger dezes, een huisvader met veel kinderen is volgens zijn zeggen van alles ontbloot. Ik wensch hem derhalve mijn cachet van heden avond af te staan en verzoek hem dit nu reeds ter hand te stellen. Geheel de uwe,

Ignace Paderewski.

Dit liep de spuigaten uit!.. Ik kon niet langer toezien, dat er aldus van zijn vrijgevigheid misbruik werd gemaakt.

—Heeft Paderewski u het bedrag reeds genoemd?

—Nee meneer.

—Hier zijn honderd francs.

—Honderd francs!.. U wilt me zeker wat wijsmaken.

—Hij ontvangt nooit meer. Hier zijn de vijf louis; u hebt nog alleen dit reçu te teekenen.

De drinkebroer zette zijn naam onder een kwitantie, streek de vijf goudstukken op en riep toen met een verachtend gebaar:

—Braniemakers, die artiesten!.... Honderd francs, het mocht wat daar zoo'n "drukkie" om te maken! Verbeelding hebben ze, anders niet!..

Toen ik Paderewski de resteerende vier en twintig honderd francs dien avond ter hand stelde, had ik waarempel nog moeite hem aan zijn verstand te brengen, dat hij voor de zooveelste maal dupe van zijn vrijgevigheid was geweest en dat hij zijn geld wel beter kon besteden.

Een andere eigenaardigheid van Paderewski was zijn bijgeloof. De eerste maal dat hij voor een vreemd publiek optrad, trok hij steeds een oud, versleten jasje aan, waarvan de snit met de mode jaren ten achter was. Om niets ter wereld zou hij van zijn nieuwe kostuums gebruik maken, in dit jasje had hij zijn eerste groote succes behaald en hij beschouwde het als een soort talisman, zijn "porte-bonheur".

Verder was hij een aangenaam causeur, die urenlang na tafel en na afloop der concerten, want overdag was hij zeer matig en studeerde gemiddeld acht à tien uur—de leukste moppen wist te tappen, waarvan hij een eindelooze reeks steeds tot zijn beschikking had.

Behalve dat Paderewski door zijn bescheidenheid zich vele vrienden had verworven, gaf hij meermalen blijk van een belangeloosheid, waarover slechts weinig artiesten beschikken en zeker niet tegenover hun impresario.

We gaven een concert te Reims en onverklaarbaar doch waar, de zaal was half bezet. In de pauze nam Paderewski mij ter zijde en zei:

—Je zult ditmaal wel niet veel ontvangen hebben.

—Nauwelijks 960 francs.

—En de avondkosten?

—Plus minus 840!

—Dat is een leelijke schadepost.

Toch bracht ik hem na afloop zijn overeengekomen cachet van twee duizend francs.

—Wat beteekent dat? en met een geeft hij mij de envelop terug. Dacht je nu werkelijk dat ik zoo onbescheiden was om twee duizend aan te nemen, als je zelf maar 120 overhoudt? Een artiest heeft dan alleen recht betaald te worden, wanneer hij zijn geld opbrengt. Nu deelen wij... Ieder 60 francs en daarmee basta.

Of ik hem nu al vertelde, dat ik hem nooit meer had gegeven op avonden dat ik een tien tot twaalf duizend francs ontving, vergeefsche moeite, hij wilde de envelop niet aannemen en ik was genoodzaakt het bedrag per aangeteekenden brief hem te doen toekomen.

Dat Paderewski deze hooge-cachets inderdaad noodig had spreekt van zelf, wanneer ik meedeel, dat hij een belangrijk dédit te betalen had in geval de concerten reeks door zijn toedoen, om welke reden dan ook, onderbroken zou moeten worden. Bij zijn tournée door de Vereenigde Staten bepaald op vijf en twintig concerten had hij om tegen mogelijke schade gedekt te zijn, zich tot een New-Yorksche maatschappij gewend, wie de moeilijke taak te beurt viel de waarde zijner vingers in dollars te becijferen.

De uitslag dezer berekening was, dat de pianist een jaarlijksche premie van 203,744.47 francs moest betalen, waartegenover de maatschappij zich verplichtte, hem bij eenig ongeval, dat hem het gebruik van een zijner vingers onmogelijk zou maken, een schadeloosstelling van 51,098.12 francs per week te betalen, tot het tijdstip, waarop de pianist eventueel zijn vingers weer zou kunnen gebruiken. Paderewski's vingers werden dus voor meer dan 2-1/2 millioen francs per jaar verzekerd.

Nog lastiger lag het geval bij violist Jan Kubelik, daar bij het vioolspelen niet alle vingers juist evenveel noodig zijn als bij het klavierspelen. Men moest het dus eerst eens worden over de betrekkelijke waarde van iederen vinger afzonderlijk, en zoo werd er een geheel tarief opgemaakt volgens hetwelk aan Kubelik's linkerhand drie vingers ieder op 272,000 francs geschat werden, de ringvinger op 220,000 francs, de pink op 25,000 francs, de duim aan de rechterhand op 272,000 francs en de wijsvinger op 210,000 francs. Een hevig meeninggeschil ontstond over de pink der rechterhand; men kende haar in 't geheel geen beteekenis toe bij het vioolspel—en zoo taxeerde men haar ten slotte op 47,000 francs.

De verzekeringmaatschappij heeft overigens met Kubelik een goede zaak gedaan, want zijn vingers behielden tijdens zijn Amerikaansche tournée al hun bewonderenswaardige lenigheid en bewegelijkheid.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings